| NIEUW 05-05, vanaf heden is er de rubriek Flitspost in de linker kolom. De links hier leiden naar een nieuwe pagina waar korte artikels geplaatst worden |
Op basis van dit principe kwamen eerdere schattingen voor de Groenlandse ijskap uit op 230 gigaton ijs per jaar dat smelt (dat is 230.000 miljard kilo). Dat resulteert vervolgens in een gemiddelde mondiale zeespiegelstijging van ongeveer 0,75 mm per jaar. Voor West-Antarctica bedroeg de schatting 132 gigaton per jaar.
Bij deze resultaten blijkt nu echter niet goed gecorrigeerd te zijn voor glacial isostatic adjustment, het fenomeen dat de aardkorst nog steeds opveert ten gevolge van het afsmelten van de grote ijskappen van de laatste grote IJstijd, zo’n 20.000 jaar geleden. Deze bewegingen van de aardkorst moet je meenemen in de berekeningen want deze verticale bewegingen veranderen de massaverdeling van de aarde en dus hebben ze ook invloed op het zwaartekrachtveld.

Onderzoekers van de TU Delft hebben de benodigde correctie nu, veel nauwkeuriger weten uit voeren. Ze deden dit met gecombineerde gegevens van de GRACE-missie, GPS-metingen op het land en oceaanbodemdruk-data. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat de bodem onder Groenland daalt, wat wellicht een aanwijzing kan zijn voor meer massa in het verleden.
Bert Vermeersen van de TU Delft: 'De correcties voor de deformaties van de aardkorst, hebben behoorlijke gevolgen voor de geschatte hoeveelheid ijs die jaarlijks smelt. We concluderen dat de smelt van de ijskappen op Groenland en West-Antarctica ongeveer twee maal zo langzaam gaat, als eerst werd gedacht.'
Ook de bijbehorende gemiddelde zeespiegelstijging door het smelten van de ijskappen, ligt lager.
Vooral voor Groenland vinden we een glacial isostatic adjustment model dat tamelijk sterk afwijkt van wat gewoonlijk wordt aangenomen. Maar er zijn momenteel te weinig data beschikbaar om dit onafhankelijk te verifiëren.
###Einde
Groenland en Antarctica stonden dus samen genoteerd voor 1,18 mm/jaar. Dit blijkt nu dus 0,39 mm/jaar te worden, oftewel 4 cm zeespiegelstijging voor de komende 100 jaar.
Tijd om de geldverslindende plannen van de Deltacommissie snel aan te passen.
Overigens stonden de ramingen voor Groenland al ter discussie, een studie die ik vorig jaar beschreef in De Groenlandse ijsmassa is groter en groeit nog steeds toonde aan dat er gewoon ijsgroei plaatsvindt.
De meest duidelijke klimaatverschuiving naast het einde van de laatste ijstijd zijn een serie klimaatveranderingen tijdens de ijstijd waarin de temperatuur plotseling 10 tot 15 graden steeg in minder dan 10 jaar.
Deze verandering duurde soms tot 1000 jaar en daarna stortte de temperatuur ineens weer naar beneden. Dit gebeurde verscheidene malen (ca. 25 keer) tijdens de ijstijd en worden Dansgaard-Oeschger events genoemd naar de ontdekkers ervan.
Een dergelijke dramatische verandering van de ene in de andere fase noemt men een tipping point. Echter de reden van deze veranderingen is niet bekend en onderzoekers zijn er niet in geslaagd om ze in klimaatmodellen te reproduceren.
"We hebben een theoretisch model gemaakt met twee scenarios die zo'n klimaatverandering zouden kunnen veroorzaken. We wilden onderzoeken of we vast konden stellen of er een externe factor was die de verandering veroorzaakt of dat het kwam door opeenstapeling van kleine chaotische fluctuaties" zegt Peter Ditlevsen.
In het tweede geval is het klimaat voor te stellen als een bal in een dal. De bal wordt voortdurend heen en weer geduwd door chaotisch-dynamische fluctuaties zoals stormen, hittegolven, zware regenval en afsmelten van ijs etc. Deze factoren kunnen gezamelijk op een onbepaald moment het klimaat ineens over de heuvel in de andere fase duwen.
Het onderzoek van Peter Ditlevsen toonde aan dat je inderdaad verschil kunt vinden tussen beide scenarios, en het is gebleken dat de chaotisch-dynamische fluctuaties de snelle klimaatveranderingen veroorzaakt hebben. Dit betekent dus dat deze veranderingen heel moeilijk te voorspellen zijn.
################# einde
Het meest interessante deel in het stuk zijn de Dansgaard-Oeschger events die gemiddeld om de 1472 jaar plaats vinden. Tijdens de laatste ijstijd die ca. 100.000 jaar duurde zijn er ongeveer 25 van deze events gevonden (hoewel er meer hebben plaats gevonden) waarbij de temperatuur ineens enorm snel omhoog schoot met soms 15 graden, en sneller dan de huidige AGW.
De oorzaak ervan is niet bekend, maar de beste kandidaten zijn de oceaanstromingen en de zon.
Deze events wil een groot deel van de klimatologie liever niets over horen, omdat deze veelvuldige, cyclische en snelle klimaatveranderingen het voorgeschotelde dogma ondermijnen dat klimaat stabiel hoort te zijn en een verandering abnormaal is.
Maar we zien hier dus weer duidelijk wat ik al vaker aangehaald heb: klimaat verandert altijd en de veranderingen zijn cyclisch. Het heeft eigenlijk niet eens nut om over klimaatverandering te spreken want klimaat is verandering.
Hieronder is een overzicht van de temperaturen op Groenland over de laatste 100.000 jaar, en zien we hoe wild de temperatuur in werkelijkheid continu heen en weer schiet. In het begin zien we zelfs fluctuaties van maar liefst 20 graden.


Het blauwe gedeelte is afgeleid middels analyse van voornamelijk boomringen, slechts het laatste rode stuk betreft werkelijk gemeten temperaturen met thermometers.
Maar het is belangrijk om te weten dat de grijze zone er omheen de onzekerheid van de temperatuurbepaling is. Het IPCC zegt in haar rapport zelf dat de onzekerheid verder in het verleden toeneemt, en dat het slechts waarschijnlijk is dat de jaren negentig het warmst waren.
Het is dus de vraag of de eerste negenhonderd jaar in de grafiek op relatief hetzelfde niveau weergegeven moet worden. Vanwege de onzekerheden kan men net zo goed een lijn weergeven die hevig fluctueert tussen +0,3 °C en -0,7 °C en soms nog meer. Dit doet niets af aan de gemeten waarde van de laatste 100 jaar, maar het geeft wel een totaal andere perceptie.
Dat men de blauwe lijn dusdanig heeft weergegeven komt omdat men het gewogen gemiddelde van de proxies wereldwijd heeft samengesteld. Dus als men voor een bepaald jaar +0,6, -0,7, -0,6 en +0,3 heeft gevonden zet men gewoon -0,1 °C in de grafiek. De kans is groot dat je zo altijd ergens in het midden terecht komt.
Verder lijken de proxies betrouwbaar omdat de rode gemeten waarden zo mooi gelijk lopen met de blauwe proxies. Maar schijn bedriegt, een proxy zoals een boomring geeft geen temperatuur die je kunt meten. De dikte van de ringen wordt geacht verband te houden met een temperatuur, maar welke temperatuur is dat?
De methode is dusdanig dat de rode lijn van gemeten temperaturen gebruikt zijn als ijkpunten voor de temperaturen die bij de proxies zouden moeten horen, en dan volgt pas daarna de kennis omtrent de blauwe lijn van de proxies en die zal aldus vrijwel met de rode overeen moeten komen anders is de koppeling niet juist.
En kijk nog eens waar de blauwe lijn eindigt, de laatste 30 jaar zijn er geen proxies meer gebruikt. Boomring data bleek vanaf hier op lagere temperaturen te duiden in plaats van hogere, en kwam dus totaal niet overeen met de thermometer data. De oplossing was simpel; gewoon negeren.
Voor de meeste mensen zal de connectie tussen de blauwe en rode lijn de onjuiste indruk geven dat de boomringmethode en een thermometer perfect met elkaar overeenkomen.
Een ander probleem is dat de thermometer van de laatste dertig jaar het meest betrouwbaar is, maar dat de onnauwkeurigheid van de instrumenten verder terug in de vorige eeuw verder toeneemt.
McShane en Wyner bevestigen nogmaals dat de ongebruikelijke wijze waarop Mann met de proxy data omging altijd een grafiek in de vorm van een hockeystick oplevert. Dit is conform de eerdere conclusie van McIntyre en McKitrick.
Als de data op juiste wijze gebruikt wordt vinden zij het volgende.




Deze daling van de zeewatertemperatuur heeft altijd gevolgen voor de wereldwijde temperatuur. De pieken zijn duidelijk terug te vinden in de UAH grafiek, de temperatuurtopper 1998 was duidelijk een El NIno effect alsook 2009 - 2010. En we zien hier dat de atmosfeer inderdaad sinds de laatste maanden ook aan een snelle daling bezig is.

de PDO







De bevindingen en projecties van prof. Don Easterbrook


| zomer | jaarlijks | |
| 1881 - 2010 | 17,2 | 9,8 |
| 1881 - 1947 | 17,7 | 10,0 |
| 1948 - 1978 | 16,1 | 9,2 |
| 1979 - 2010 | 16,9 | 10,0 |
| zomer | jaarlijks | |
| 1881 - 1947 | 17,7 | 10,0 |
| 1948 - 2010 | 16,5 | 9,6 |
De GISS data laat zien dat we te maken hebben met een afkoeling in ons huidig Nederlands klimaat sinds 1948 van gemiddeld 0,4 °C en de zomers zijn zelfs 1,2 °C koeler, dat is simpelweg wat de data zegt.
Dus geen global warming te vinden in Nederland, maar slechts afkoeling!!!
Enkele merkwaardige berichten afgelopen week in klimaatland laten weer de tegenstrijdigheden, vaag taalgebruik en eenzijdige benaderingen zien.
Eerst gaan we terug naar een onderzoek van Mike Lockwood uit 2007 besproken in 'No Sun link' to climate change. Hier wordt botweg beweerd dat de zon nu geen invloed heeft op het klimaat en dat er geen link bestaat met kosmische straling, maar merkwaardig genoeg wel in het verleden voor het industriële tijdperk. Welke hoogstaande logica hier achter zit wordt niet vermeld.
De bijgeleverde grafiek laat een keurig stijgende temperatuur vanaf 1975 zien en er boven de wisselende kosmische straling.
Ten eerste had hier de zonne-intensiteit ook bij moeten staan, maar hoe zit dat met die bijna rechtelijnige stijging van de temperatuur.
Ten eerste is dit een prachtig voorbeeld van manipulatie van data met grafieken. Beide zijn even hoog en zo wekt het de indruk dat het effect van de straling proportioneel met de temperatuur zou moeten zijn. Dit is natuurlijk onzin en volgt zeker niet uit de kosmoklimatologie.
Zonnestraling is gewoon de component die de temperatuur bepaalt, en kosmische straling zorgt slechts voor rimpelingen. Bedenk dat de zon de aarde opwarmt vanaf -270 °C tot gem. 18 °C. De invloed van kosmische straling zal nog niet eens 1 °C bedragen, dus de hoogte van de eerste grafiek moet enkele honderden malen naar beneden bijgesteld worden als je op het oog een verband zou willen constateren. En het zal duidelijk zijn dat dit op die manier niet gaat lukken.
Maar laten we nu eens kijken wat de officiële temperatuurtrend van UAH laat zie.

Dat was dus een radicaal andere voorspelling van niets minder dan de climategate broederschap van CRU East Anglia en het Hadley Centre. Het instituut waar de IPCC alle data van ontvangt.
Er wordt zelfs gesteld dat het juist in de winter warmer wordt en niet in de zomer, en er is een groot scala aan wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar milieu- en economische effecten van warmere winters waaruit blijkt dat allerlei ziekten ons staan te wachten. Tjonge, dat zijn nu dus 10 jaar later allemaal nutteloze en foute klimaatonderzoeken gebleken.
En dan komt deze week midden in de zomer het volgende Converging Weather Patterns Caused Last Winter's Huge Snows in U.S.
Nadat Lockwood de zon de schuld gaf van afgelopen winter in Europa, hebben Amerikaanse onderzoekers de schuldige van de pakken sneeuw in Noord Amerika gevonden in El Nino en de NOA. En o nee het heeft allemaal niets te maken met 'klimaatverandering' wat zij daar ook onder mogen verstaan, want dat is dus het heikele punt.
Warmterecords etc. worden altijd toegeschreven aan klimaatverandering, maar voor koude perioden moet blijkbaar een andere boosdoener worden aangewezen. Waarom worden er geen studies gedaan naar de specifieke oorzaak van een lokale hittegolf? Warmte een droogte rond de Pacific komt ook door diezelfde El Nino, en waarom is dat wel klimaatverandering?
Kortom waarom valt kou slechts onder lokale weersomstandigheden en warmte altijd onder klimaatverandering?
Kijk eens wat klimaatwetenschapper David Robinson hier aan het einde zegt "When the public experiences abnormal weather, they want to know what's causing it," he said. "This paper explains what happened, and why global warming was not really involved. It helps build credibility in climate science."
Wat moet je met zo'n vage opmerking?
Alhoewel de opwarming volgens de alarmisten 'abnormaal' is, is volgens Robinson een strengere winter ineens ook abnormaal terwijl dit alles de gemiddelde temperatuur volgens mij toch juist richting 'normaal' brengt.
Global warming speelde volgens Robinson hier geen rol, maar de logica van deze bewering ontgaat mij volkomen anders dan dat het woord 'warming' je inderdaad niet doet denken aan kou.
Hoeveel onderzoeken en halfslachtige conclusies je ook verzint, het staat als een paal boven water dat lagere wintertemperaturen zorgen voor een gemiddeld lagere temperatuur over het jaar en afbuiging van een stijging. Het weer per dag vormt de basis voor het klimaat op enige termijn.
En waarom worden de lage wintertemperaturen eigenlijk als slecht bejegend door de alarmisten, terwijl zij er juist alles aan willen doen om de temperatuur naar beneden te krijgen?
En dan zag ik afgelopen week nog het stuk Wacky Weather Could Squeeze Florida's Citrus Season. Hierin wordt gesteld dat ook de winters in Florida 'meer extreem' worden, met meer vorst en lagere temperaturen. Maar natuurlijk ook warmere zomers.
"The weather in Florida has been getting wacky," said Betsy Von Holle, the assistant professor of Biology who led the study." "There is a desperate need for more modeling on climate change to be conducted at the regional level and in tropical and subtropical regions".
En zo kunnen we legio van deze verhalen vinden. Overal koudere winters maar die hebben vreemd genoeg nooit iets te maken met klimaatverandering. Alhoewel de globale wintertemperaturen dus gaan dalen worden ze allemaal op regionaal niveau bestudeerd en vinden de klimatologen altijd weer een drogreden om dit niet van invloed op het klimaat te bestempelen en te benoemen als abnormaal of extreem. Aan de warme kant van het spectrum is het echter allemaal klimaatverandering door global warming.
Ook blijft men daarbij volhouden dat de zomers steeds warmer gaan worden. Er is echter nergens een verklaring hiervoor te vinden die in de global warming hypothese past. Het is simpelweg meer CO2 zorgt voor hogere temperaturen, en er is geen clausule die beweert dat bij wintertemperaturen het omgekeerde gebeurt. Het is simpelweg de zoveelste falsifieering van AGW.
Het is sowieso niet logisch. De grote energie-inhoud van de oceanen is de buffer die de ups en downs tempert. Als de oceaan s'zomers meer energie ontvangt betekent dit dat ze in de winter meer warmte kan afstaan en de afkoeling dempen. Daarom bestaat er een bepaalde bandbreedte tussen zomer en winter temperaturen.
Alhoewel dit in mindere mate bestaat voor een echt landklimaat, is dit zeker wel het geval in de besproken situatie in de UK en Amerikaanse kustgebieden.
Ondertussen wordt er zo weinig mogelijk aandacht geschoken aan de huidige koude winters overal op het zuidelijk halfrond (Zuid Afrika, Zuid Amerika en Australië), maar dit heeft natuurlijk dan ook vast niets met klimaatverandering te maken.
Maar het is duidelijk dat we inderdaad nu te maken hebben met koudere winters dan voorheen voorspeld, of we ook te maken krijgen met nog warmere zomers blijft afwachten. Aangezien UAH Juni gedaald is naar 0,44, El Nino op zijn retour is, de PDO om is geslagen naar zijn 30 jarige koele fase, de zon nog steeds in rust is gaat dit niet gebeuren. Wat er wel gaat gebeuren is wat NOAA laat zien, een flinke temperatuurdaling.




Wat er hier plaats heeft gevonden is wat we allemaal kennen, systeem 2 is verwarmd door systeem 1.
Maar wat is de eindtoestand? Op atomaire schaal is die er niet, het verplaatsen van de energie door de systemen gaat eindeloos en doelloos door. Maar voor een waarnemer met een thermometer is die er wel, op een gegeven moment is de temperatuur in beide systemen a: gelijk en b: verandert niet meer.
Op dit punt is namelijk de verhouding rood / wit in beide systemen gelijk, ook al veranderen de posities continu.
De botsingen verplaatsen de energie willekeurig en zorgen voor energieverspreiding, maar als ze eenmaal homogeen over de beschikbare ruimte verdeeld is, blijft de onderlinge verdeling gelijk.
Er is een evenwicht ontstaan, het is een (thermo)dynamisch evenwicht en geen statisch evenwicht daar er wel continu veranderingen blijven optreden.
Temperatuur
We dus hebben gezien dat de temperatuur in systeem 1 en 2 gelijk is geworden, maar zie dat dit niet geldt voor de energie van beide systemen. Er zit nu meer energie in systeem 2 dan in systeem 1.
We weten uit ervaring dat energie tussen twee systemen van nature van hoge naar lage temperatuur beweegt en uiteindelijk een gelijke eindtemperatuur bereikt, maar dit betekent dus niet gelijke energieën. Bovendien blijft de energie zich continu verplaatsen al kunnen we dit aan de temperatuur niet zien.
Een systeem kan een relatief lage temperatuur hebben maar wel heel veel energie bezitten, bijvoorbeeld onze oceaan. Energie hangt o.a. van de omvang van een systeem af (aantal deeltjes), maar temperatuur niet. In de buitenste luchtlagen van onze atmosfeer loopt de temperatuur op tot 800ºC, maar je zou hier niet veel van merken omdat de lucht er zo ontzettend ijl is en de energiedichtheid erg laag.
Temperatuur is dus afhankelijk van de verhouding rood / wit. Concreet is er gevonden dat Temperatuur = C / ln × (rood/wit) , waarin C een constante is die afhankelijk is van de hoeveelheid energie en massa van de rode atomen.
Ludwig Boltzmann
Nu gaan we op atomaire schaal kijken wat entropie inhoudt, en daarvoor duiken we in de statistische thermodynamica hetgeen inhoudt dat we gaan kijken wat er gebeurt op de moleculaire schaal hetgeen de oorzaak is van wat we zien op onze menselijke macroscopische schaal.
De basis hiervan werd gelegd door Ludwig Boltzmann. Boltzmann zocht de oorzaak van de thermodynamische processen in het gedrag van atomen, op zich al gedurfd omdat het idee van het bestaan van atomen nog niet eens geaccepteerd was.
Het bestaan van warmte(energie) komt voort uit de beweging van atomen ofwel hun kinetische energie, en ze is afhankelijk van de hoeveelheid atomen. (Temperatuur is een maat voor de gemiddelde snelheid van de atomen en is onafhankelijk van de hoeveelheid.)
Entropieverandering tijdens faseverandering
We nemen nu smeltend ijs als voorbeeld om de entropieverandering van een spontaan proces te onderzoeken, kenmerkend bij smelten is het feit dat de temperatuur constant blijft terwijl warmte wordt opgenomen. De eerder genoemde formule ΔS = ΔQ / T voor het bepalen van de entropie is hier bij uitstek toepasbaar.
Beschouw onderstaand systeem met 6 moleculen water als ijskristal en nog 19 omringende atomen vloeibaar water. De ijsmoleculen trillen in hun vaste kristalrooster en kunnen geen andere posities innemen. Maar nu gaan we warmte toegvoegen.





Dan hebben we nog belangrijke verschillen gezien tussen temperatuur en energie. Temperatuur is een intensieve grootheid, we meten een waarde niet afhangt van de grootte of hoeveelheid materie in het systeem. Energie daarintegen is een extensieve grootheid, de waarde hangt altijd af van de hoeveelheid materie in het systeem.
Denk hier nog eens over na m.b.t. het 'meten' van global warming. Men meet slechts de plaatselijke intensieve temperatuur, maar dus zeker geen energie. Daarvoor moeten de samenstelling (vochtigheid), druk en soortelijke warmte bekend zijn. En dan welk volume moet je gebruiken, m.a.w. wat is het systeem dat bij de temperatuur hoort? Hoe groot is het volume rond het meetpunt waarin de gemeten temperatuur geldig is? Een onmogelijke opgave.
Dit is het einde van deel 1, in deel 2 duiken we eerst in de historie van de tweede hoofdwet.


We zien hier duidelijk welke factor de temperatuur bepaalt van zowel de atmosfeer als de grenslaag water, namelijk het vriespunt van het ijs (aangezien het zout zeewater betreft is de evenwichtstemperatuur aan de onderkant ca. -1,8°C i.p.v. 0).
Het ijs zelf houdt de luchtlaag er vlak boven continu op 0 graden zoals we al in de DMI grafiek zagen (daar iets hoger vanwege meetpunt op 2 m hoogte). De atmosfeer krijgt geen kans van betekenis om het ijs te verwarmen, en we gaan nu bekijken waarom dit zo is.
Het water aan de onderkant kan het ijs in zekere zin wel doen smelten vanwege zijn veel grotere massa, warmtecapaciteit en geleidbaarheid dan die van lucht. De mate van afsmelten is verder afhankelijk van stroming.
Maar waarom controleert het ijs de temperatuur, de reden is dat ijs bij verandering naar de vloeibare fase niet van temperatuur verandert en dat voor deze faseverandering heel veel energie vereist is. Om één liter ijs te laten smelten is net zoveel energie nodig om water van nul graden te verwarmen tot 80 graden Celsius, dus bijna net zoveel energie om het tot het kookpunt te brengen.
Als de atmosfeer één liter ijs zou willen laten smelten is er maar liefst 260.000 liter lucht nodig van 1ºC die daarbij dan af zou koelen tot 0ºC. Daarna heeft deze enorme luchtmassa dan ook geen effect meer, alleen continue gigantische (warme) luchtverplaatsingen zouden het smeltproces weer enigzins op gang kunnen brengen.
Maar dit is nu juist het probleem, bedenk dat warmere lucht lichter is dan de koude lucht die vlak boven het ijs hangt en dus kan warmere lucht het ijs niet bereiken zonder dat deze koude grenslaag door extra krachten (turbulentie) geholpen wordt. Er is hier geen natuurlijke convectie mogelijk zoals bij het verdampingsproces van oceaanwater waarbij waterdamp automatisch stijgt door de dichtheidsverschillen door de atmosfeer.
Nu is het omgekeerde het geval, de zwaartekracht belemmert het warmtetransport via warmere lichtere lucht naar het ijs.
Het maakt in dit opzicht dus ook niet uit hoe warm de atmosfeer verder boven de grenslaag is. Een hogere temperatuur van de omringende atmosfeer heeft geen effect op het ijs. De enige mogelijkheid is nog dat de luchtlagen warmte via geleiding kunnen uitwisselen, maar lucht is nu juist een uiterst belabberde geleider en eerder een isolator (denk aan de thermopane ramen).
En zo komen we tot een belangrijke conclusie die lijnrecht tegenover de AGW filosofie staat: de atmosfeer (koude lucht) boven het poolijs is een isolator die het smelten van ijs door de atmosfeer tegen gaat, mondiaal hogere temperaturen kunnen geen invloed uitoefenen op het poolijs.
Dit is de reden dat we boven de tachtigste breedtegraad de gehele zomer een atmosfeertemperatuur zien die nagenoeg nul graden is, slechts horizontale luchtaanvoer kan de isolatielaag verstoren waarna ook deze snel tot nul afkoelt (1 op 260.000).
Na verloop van tijd vormen zich plassen smeltwater op het ijs, deze laag water is nog een extra weerstand tegen een eventuele invloed van de atmosfeer. Het bovenste laagje van het smeltwater kan door de zon verder opgewarmd worden en zelfs zorgen voor een hogere temperatuur van de er boven liggende atmosfeer.
Het smeltwater in contact met de ijslaag blijft nul graden.
Een proces wat ook onder droge omstandigheden nog plaats kan vinden is sublimatie van ijs, waarbij het direct overgaat naar de gasvormige fase. Hierdoor wordt veel energie aan de lucht onttrokken, per liter ijs is bijvoorbeeld meer dan 2 miljoen liter lucht van 1°C nodig.
Laten we eerst even wat gegevens verzamelen (tabel 1)
| zeewater | lucht | ijs | ||
| dichtheid (0 °C) | 1026 | 1,293 | 917 | kg/m³ |
| soortelijke warmte | 3930 | 1000 | 2200 | J/kg.K |
| warmtegeleidingscoëfficiënt | 0,61 | 0,024 | 2,1 | W/m.K |
| smeltwarmte | 334000 | J/kg | ||
| sublimatiewarmte | 2830000 | J/kg | ||
| totaal oppervlak max. | 14,0*10^6 | km² | ||
| totale massa | 1,4*10^21 | 5,2*10^18 | 2,6*10^16 | kg |
| totale energie | 1,6*10^27 | 9,7*10^23 | -8,7*10^21 | J |
Laten we nu eens kijken welke invloed het zeewater eventueel op het ijs kan uitoefenen in verhouding tot de atmosfeer.
We zien dat de de soortelijke warmte van zeewater 4 maal zo groot is als die van lucht, maar aangezien lucht een veel lagere dichtheid heeft is het verschil in energie inhoud per liter zeewater 3930/1000*1026/1,293 = 3100 maal zo groot.
De warmtegeleidbaarheidscoëfficiënt die aangeeft hoe goed het warmte geleidt is voor zeewater 25 maal zo hoog als die voor lucht, en daarnaast bezit de oceaan ook nog 1600 maal zoveel (warmte)energie als de totale atmosfeer.
Het is duidelijk dat het water enkele magnituden meer invloed op het ijs kan uitoefenen dan de lucht. De energieflux van de lucht is verwaarloosbaar t.o.v. die van het water.
Maar ook het zeewater is niet de factor die het smelten in gang zet, want de reden dat poolijs in de zomer smelt is zonne energie. In de eerste grafiek zagen we dat het ijs half Maart begint af te nemen, en dit is inderdaad het moment dat de zon er op komt. Zoals bekend is het op de pool de gehele winter donker, in Maart komt de zon op en blijft dag en nacht schijnen tot eind September. Dit is dan ook het moment dat we zien dat het smelten weer stopt.
Ijs neemt namelijk 30 tot 50 % van de zonne energie op, en dat is nu de energie die het ijs laat smelten. De cruciale factor bij het smeltproces is dat zonne energie iets kan wat andere de warmtebronnen niet kunnen, en dat is het ijs penetreren tot enkele meters diep. En dit is nu de reden dat aan het begin van het smeltseizoen het ijs al opwarmt tot het smeltpunt terwijl de atmosfeer nog in diepvriestoestand verkeert, dit hebben we in het begin bij grafiek 2 al gezien. De ijsomvang neemt al af terwijl de gemeten atmosfeertemperatuur nog min 29 graden is.
De warmte(energie) van water of lucht kan het ijs door geleiding slechts aan het buitenste oppervlaktelaagje benaderen, en wordt dan ook nog eens gehinderd door een grenslaagje dat net zoals het ijs nul graden is. En er moet een temperatuurgradient aanwezig zijn om warmte te kunnen transporteren (Q=k*A*ΔT, dus een temperatuurverschil tussen de beide media).
De stralingsenergie van de zon verwarmt de complete ijslaagdikte in één keer helemaal, en een temperatuurverschil met de omgeving is niet van belang en speelt geen rol. Straling is energieverplaatsing die alleen afhankelijk is van de bron, in dit geval de 5500°C van de buitenkant van de zon (Q=σ*A*T4).
In de winter blijft het ijs aan de onderkant in evenwicht met het zeewater (-1,8°C), aan de bovenkant kan het tot -40°C afkoelen door uitstraling van energie naar de ruimte tijdens de lange duisternis. Dan komt in Maart de zon op en warmt het ijs op tot 0°C waarna het gaat smelten terwijl de atmosfeer nog ver onder nul zit. En kijk eens wat er dan dus gebeurt, het ijs warmt de atmosfeer op van -29 naar 0. We hebben dan wel een systeem waarin natuurlijke convectie mogelijk is, koudere luchtlagen boven het ijs zakken naar de warmere lichtere laag op het ijs en worden opgewarmd.
Er vind dus in deze fase van Maart tot Juni opwarming van de atmosfeer plaats door het smelten van het ijs. Maar het betekent dus zelfs dat als er meer ijs ligt de opwarming van de atmosfeer ook sneller gaat, en uiteraard door meer zonneschijn/minder bewolking.
Als de atmosfeer in Juni door het ijs opgewarmd is tot nul, stopt dit proces en blijft het op deze temperatuur om reden die we eerder besproken hebben.
Wat over blijft van de AGW smelthypothese is niets, we constateren dat de fysica voor het grootste gedeelte van het smeltseizoen juist het tegenovergestelde vertelt. Voor het overige deel is er slechts een status quo, waarbij het opgewarmd smeltwater is dat dan de atmosfeer enigzins op kan warmen.
Het is dus altijd zo dat het eerder het ijsoppervlak is dat de atmosfeer opwarmt dan andersom.
Tijdens de periode dat de atmosfeertemperatuur wel boven nul ligt moet je het proces als volgt voorstellen. De zon stuurt een enorme hoeveelheid energie dwars door de gehele ijsmassa, dit komt niet als meetbare warmte vrij omdat gebruikt wordt om het ijs te doen smelten en tijdens smelten blijven het ijs en het smeltwater op nul graden en dit dwingt de er boven liggende atmosfeer om ook nul graden te blijven.
De energiestroom van de zon die veel groter is dan de andere energiestromen buiten de ijsmassa domineert het proces en legt de temperatuur vast.
Om het smeltproces op zich beter te kunnen begrijpen moeten we kijken naar de entropieverandering die (zoals bij elk proces) het stuurmechanisme is. Zie ook hier.
We kijken nog even naar een grafiek van Barrow (grafiek 4)
Die 33°C berust dus op een hoge mate van vereenvoudiging, en voor de 70% oceaan is het sowieso niet toe te passen.


Hoogleraar David Deming schreef onlangs een artikel voor American Thinker. Een fraai stukje met het venijn in de staart.
Hier een samenvatting:
Er zijn twee problemen met Al Gore. Ten eerste is hij een demagoog die waardering mist voor de ethiek en methoden binnen de wetenschap. Ten tweede, hij is zelf geen wetenschapper maar een celebrity en politicus die geen verstand heeft van de technische basis van wetenschap. Simpel gesteld, deze man weet gewoon niet waar hij over praat. Maar Gore adviseert wel wereldwijd over complexe technische problemen aangaande energie en klimaat. Dit is een probleem voor de mensheid.
Al Gore weigert in gesprek te gaan met critici, maar in plaats hiervan demoniseert hij iedereen die het niet met hem eens is. Mensen die niet geloven in global warming, geloven dat de aarde plat is aldus Gore.
Een wetenschapper moet echter skepticus zijn, wetenschap is nooit 'settled' omdat er geen einde bestaat in enig empirisch systeem van kennis. Alleen god is alwetend. Wetenschappers gebruiken meerdere werkende hypotheses en werken samen om fouten te elimineren op zoek naar de waarheid.
Maar Gore duld geen tegenspraak. Zijn doel is niet de waarheid maar het verzamelen van gegevens voor zijn misleiding. Dit blijkt uit zijn film An Inconvenient Truth, door oorzaak en gevolg van CO2 en temperatuur om te keren. Al Gore doet alsof hij kennis heeft van wetenschap maar viel behoorlijk door de mand in een recent interview waarin hij geothermische energie promote. Gore vertelde dat de temperatuur binnen de aardkorst miljoenen graden is, maar hij zit er mijlenver naast.
De temperatuur loopt namelijk op tot slechts 6000°C, de dieptes die wij bereiken zijn niet warmer dan een paar honderd graden en lava is 700-1200°C. Dit betekent dat Gore er maar liefst een factor duizend naast zat, maar Al vertelde zelfs dat er nieuwe boormaterialen bestaan die niet smelten bij een paar miljoen graden! Hoe kan iemand zo ontzettend onwetend zijn.
Geothermische warmte lijkt fantastisch maar is een beperkte energieleverancier, het proces is inefficient en dit is inherent aan de tweede hoofwet van de thermodynamica. Energie laakt zich makkelijk omzetten in diverse vormen van warmte, maar het omgekeerde kan nooit volledig plaats vinden.
Al Gore mag dan niet weten waar hij over praat, hij is niet de enige. De wereld bestaat voor het merendeel uit onwetenden. Als hoogleraar ontmoet ik veel studenten die zich druk maken om global warming. Maar ik zie dat als de wetenschappelijke kennis van een student hoger is, hij ook meer skeptisch is over het alarmistische scenario.
In tegenstelling tot Gore kennen zij de beperkingen van alternatieve energiebronnen door hun kennis van de wetten van de natuur en scheikunde.
Studenten die in global warming geloven komen bijna altijd uit de niet technische vakgebieden. Zij kunnen onvoldoende quantitatief, kritisch en analytisch denken. Zij geloven in dingen maar hebben geen interesse of waardering voor feiten. Dientengevolge zijn ze onwetend over de relevante feiten, en is hun gedachtengang onvolwassen en ongedisciplineerd. Zij zien het verschil niet tussen feiten en meningen.
Een student vertelde mij dat we moeten stoppen met fossiele brandstoffen omdat de warmte van de verbranding global warming veroorzaakt.
De mens heeft eerst onderwijs en kennis nodig voordat hij de mate van zijn eigen onwetendheid kan inzien. Maar global warming alarmisten weten niets en geloven juist daarom dat zij alles begrijpen.
Als ik te hard ben geweest voor Al Gore (en aanhangers), mag ik opmerken dat onwetendheid de normale staat van de mens is en intelligentie de uitzondering.
Al Gore is niet de enige die er niets van snapt. President Obama wint advies in bij Al Gore. Een groep Noorse politici viel op door zowel Gore Als Obama een Nobel prijs te geven. Zij behoren nu tot een groep waaronder Egas Moniz, deze ontving de prijs voor een innovatieve medische ingreep die bekend staat lobotomie. Gore en Obama passen goed bij Moniz daar zij lobotomie lijken te willen toepassen op de menselijke beschaving.
############## einde
Ik zou willen zeggen de waarheid is hard maar het moet gezegd worden. Zoals ik in veel van mijn posts al heb aangegeven drijft het global warming geloof op de bedroevende kennis der natuur van het gros der mensheid. Toch wel vreemd aangezien alle nodige basiskennis al honderd jaar en ouder is en een ieder er op talloze manieren kennis van kan nemen, maar merkwaardig genoeg blijkt het grootste deel van de mensheid graag te willen geloven maar geen kennis te willen vergaren om te weten. En zo ontstaat het ras van goedgelovigen, die dus weinig notie heeft van de wegen en symmetrieën waarlangs de natuur waarin zij leven werkt en in elkaar steekt.
De ontdekkingen van honderden onderzoekers gedurende de laatste eeuwen, duidelijk vastgelegd, geformuleerd en onderbouwd hebben de mensheid dan wel technologische weelde gebracht maar weinigen blijken hun geest er mee te verrijken.
Onlangs meende een familielid dat zijn flatscreen nu ook wel aan de muur zou hangen als al de grote ontdekkers er niet waren geweest. En dat behoort dan tot het gilde waar je de verkoop van je huis aan toe mag vertrouwen, wel allerlei regeltjes geleerd maar niet analytisch kunnen denken en totaal geen besef van historische ontwikkelingen.
We mogen Al Gore bedanken voor de enorme blunder die hij maakte, daar hij hiermee onomstotelijk aan de wereld duidelijk maakte geen enkel wetenschappelijk besef en gevoel te hebben. Hoe kan het intern miljoenen graden zijn als de korst waarop we staan smelt bij 1200°C, en dan zal er dus tevens gas en lava van miljoenen graden vrij moeten komen bij een vulkaanuitbarsting. Onderzeese vulkanen (dit zijn er miljoenen) zouden de oceanen compleet verdampen omdat water al verdampt bij 100ºC.
En welke buitenaardse legeringen heeft Gore ontdekt om mee te boren, daar ijzer al smelt bij 1500°C, en wie zijn de gelukkigen die warmte van miljoenen graden durven af te nemen en hopen te gebruiken zonder zelf in een flits te verdampen?
Als the global warming expert moet Gore boven alles weten dat de zonnestraling 'slechts' 5500°C bedraagt. Deze straling is de bron van de broeikashypohese en geothermische uitstraling wordt geacht slechts een duizendste te bedragen van de ontvangen zonnestraling. Deze simpele feiten voor beginners moeten bij Gore bekend zijn en deze passen dus in de verste verte niet bij een interne temperatuur van de aarde van miljoenen graden, en dat betekent dus dat hij totaal niet analytisch kan denken en compleet oncapabel is om wetenschap te bespreken.
Voor degenen die iets meer willen weten over de historische ontwikkeling van de wetenschap kan ik een aantal prima boeken aanbevelen waar niet veel basiskennis voor nodig is.
De eerste is "Science A History" van John Gribbin (ISBN 978-0-140-29741-6). In 600 pagina's worden vanaf Copernicus begin 1500 de belangrijkste ontdekkingen door honderden onderzoekers beschreven met informatie over de personen zelf. Hierdoor ontstaat een prettig leesbare wisseling van informatie.
Terwijl de technische informatie niet te moeilijk wordt, leert de lezer wel hoe al die natuurwetten zijn ontdekt en elkaar opvolgden maar is vooral ook de samenhang in de werking van de natuur te ontdekken.
Ik heb het een aantal maanden geleden gelezen, en is het beste wat ik op dit gebied gezien heb.
In het Nederlands bestaat er een al wat ouder boek genaamd "Geschiedenis van de Natuurkunde" door Lloyd Motz (ISBN 90 274 2862 X) vertaling van "The Story of Physics" 1989 . Ook een pracht verzameling die begint bij de oude Grieken.
Als derde wil ik voor geïnteresseerden nog een fantastisch boek noemen over de historie van de Quantummechanica. Deze ontdekte ik afgelopen December en het is "Quantum" van Manjit Kumar (ISBN 978-184831-035-3). Dit boek overtrof alle verwachtingen en is het beste op dit gebied dat ik gelezen heb.
Vanaf de eerste ontwikkelingen in gang gezet door Planck en de er op volgende continue controverse tussen Bohr en Einstein tot aan zijn dood, en uiteraard alle anderen die een bijdrage aan de quantummechanica geleverd hebben.


