| NIEUW 05-05, vanaf heden is er de rubriek Flitspost in de linker kolom. De links hier leiden naar een nieuwe pagina waar korte artikels geplaatst worden |
De meest duidelijke klimaatverschuiving naast het einde van de laatste ijstijd zijn een serie klimaatveranderingen tijdens de ijstijd waarin de temperatuur plotseling 10 tot 15 graden steeg in minder dan 10 jaar.
Deze verandering duurde soms tot 1000 jaar en daarna stortte de temperatuur ineens weer naar beneden. Dit gebeurde verscheidene malen (ca. 25 keer) tijdens de ijstijd en worden Dansgaard-Oeschger events genoemd naar de ontdekkers ervan.
Een dergelijke dramatische verandering van de ene in de andere fase noemt men een tipping point. Echter de reden van deze veranderingen is niet bekend en onderzoekers zijn er niet in geslaagd om ze in klimaatmodellen te reproduceren.
"We hebben een theoretisch model gemaakt met twee scenarios die zo'n klimaatverandering zouden kunnen veroorzaken. We wilden onderzoeken of we vast konden stellen of er een externe factor was die de verandering veroorzaakt of dat het kwam door opeenstapeling van kleine chaotische fluctuaties" zegt Peter Ditlevsen.
In het tweede geval is het klimaat voor te stellen als een bal in een dal. De bal wordt voortdurend heen en weer geduwd door chaotisch-dynamische fluctuaties zoals stormen, hittegolven, zware regenval en afsmelten van ijs etc. Deze factoren kunnen gezamelijk op een onbepaald moment het klimaat ineens over de heuvel in de andere fase duwen.
Het onderzoek van Peter Ditlevsen toonde aan dat je inderdaad verschil kunt vinden tussen beide scenarios, en het is gebleken dat de chaotisch-dynamische fluctuaties de snelle klimaatveranderingen veroorzaakt hebben. Dit betekent dus dat deze veranderingen heel moeilijk te voorspellen zijn.
################# einde
Het meest interessante deel in het stuk zijn de Dansgaard-Oeschger events die gemiddeld om de 1472 jaar plaats vinden. Tijdens de laatste ijstijd die ca. 100.000 jaar duurde zijn er ongeveer 25 van deze events gevonden (hoewel er meer hebben plaats gevonden) waarbij de temperatuur ineens enorm snel omhoog schoot met soms 15 graden, en sneller dan de huidige AGW.
De oorzaak ervan is niet bekend, maar de beste kandidaten zijn de oceaanstromingen en de zon.
Deze events wil een groot deel van de klimatologie liever niets over horen, omdat deze veelvuldige, cyclische en snelle klimaatveranderingen het voorgeschotelde dogma ondermijnen dat klimaat stabiel hoort te zijn en een verandering abnormaal is.
Maar we zien hier dus weer duidelijk wat ik al vaker aangehaald heb: klimaat verandert altijd en de veranderingen zijn cyclisch. Het heeft eigenlijk niet eens nut om over klimaatverandering te spreken want klimaat is verandering.
Hieronder is een overzicht van de temperaturen op Groenland over de laatste 100.000 jaar, en zien we hoe wild de temperatuur in werkelijkheid continu heen en weer schiet. In het begin zien we zelfs fluctuaties van maar liefst 20 graden.




Wat er hier plaats heeft gevonden is wat we allemaal kennen, systeem 2 is verwarmd door systeem 1.
Maar wat is de eindtoestand? Op atomaire schaal is die er niet, het verplaatsen van de energie door de systemen gaat eindeloos en doelloos door. Maar voor een waarnemer met een thermometer is die er wel, op een gegeven moment is de temperatuur in beide systemen a: gelijk en b: verandert niet meer.
Op dit punt is namelijk de verhouding rood / wit in beide systemen gelijk, ook al veranderen de posities continu.
De botsingen verplaatsen de energie willekeurig en zorgen voor energieverspreiding, maar als ze eenmaal homogeen over de beschikbare ruimte verdeeld is, blijft de onderlinge verdeling gelijk.
Er is een evenwicht ontstaan, het is een (thermo)dynamisch evenwicht en geen statisch evenwicht daar er wel continu veranderingen blijven optreden.
Temperatuur
We dus hebben gezien dat de temperatuur in systeem 1 en 2 gelijk is geworden, maar zie dat dit niet geldt voor de energie van beide systemen. Er zit nu meer energie in systeem 2 dan in systeem 1.
We weten uit ervaring dat energie tussen twee systemen van nature van hoge naar lage temperatuur beweegt en uiteindelijk een gelijke eindtemperatuur bereikt, maar dit betekent dus niet gelijke energieën. Bovendien blijft de energie zich continu verplaatsen al kunnen we dit aan de temperatuur niet zien.
Een systeem kan een relatief lage temperatuur hebben maar wel heel veel energie bezitten, bijvoorbeeld onze oceaan. Energie hangt o.a. van de omvang van een systeem af (aantal deeltjes), maar temperatuur niet. In de buitenste luchtlagen van onze atmosfeer loopt de temperatuur op tot 800ºC, maar je zou hier niet veel van merken omdat de lucht er zo ontzettend ijl is en de energiedichtheid erg laag.
Temperatuur is dus afhankelijk van de verhouding rood / wit. Concreet is er gevonden dat Temperatuur = C / ln × (rood/wit) , waarin C een constante is die afhankelijk is van de hoeveelheid energie en massa van de rode atomen.
Ludwig Boltzmann
Nu gaan we op atomaire schaal kijken wat entropie inhoudt, en daarvoor duiken we in de statistische thermodynamica hetgeen inhoudt dat we gaan kijken wat er gebeurt op de moleculaire schaal hetgeen de oorzaak is van wat we zien op onze menselijke macroscopische schaal.
De basis hiervan werd gelegd door Ludwig Boltzmann. Boltzmann zocht de oorzaak van de thermodynamische processen in het gedrag van atomen, op zich al gedurfd omdat het idee van het bestaan van atomen nog niet eens geaccepteerd was.
Het bestaan van warmte(energie) komt voort uit de beweging van atomen ofwel hun kinetische energie, en ze is afhankelijk van de hoeveelheid atomen. (Temperatuur is een maat voor de gemiddelde snelheid van de atomen en is onafhankelijk van de hoeveelheid.)
Entropieverandering tijdens faseverandering
We nemen nu smeltend ijs als voorbeeld om de entropieverandering van een spontaan proces te onderzoeken, kenmerkend bij smelten is het feit dat de temperatuur constant blijft terwijl warmte wordt opgenomen. De eerder genoemde formule ΔS = ΔQ / T voor het bepalen van de entropie is hier bij uitstek toepasbaar.
Beschouw onderstaand systeem met 6 moleculen water als ijskristal en nog 19 omringende atomen vloeibaar water. De ijsmoleculen trillen in hun vaste kristalrooster en kunnen geen andere posities innemen. Maar nu gaan we warmte toegvoegen.





Dan hebben we nog belangrijke verschillen gezien tussen temperatuur en energie. Temperatuur is een intensieve grootheid, we meten een waarde niet afhangt van de grootte of hoeveelheid materie in het systeem. Energie daarintegen is een extensieve grootheid, de waarde hangt altijd af van de hoeveelheid materie in het systeem.
Denk hier nog eens over na m.b.t. het 'meten' van global warming. Men meet slechts de plaatselijke intensieve temperatuur, maar dus zeker geen energie. Daarvoor moeten de samenstelling (vochtigheid), druk en soortelijke warmte bekend zijn. En dan welk volume moet je gebruiken, m.a.w. wat is het systeem dat bij de temperatuur hoort? Hoe groot is het volume rond het meetpunt waarin de gemeten temperatuur geldig is? Een onmogelijke opgave.
Dit is het einde van deel 1, in deel 2 duiken we eerst in de historie van de tweede hoofdwet.
Dit komt er dus op neer dat men durft te stellen dat zowel voor- als tegenstanders het eens zijn over het bestaan van radiative forcing doch niet over de grootte ervan.
The concept of radiative forcing is fairly straightforward. Energy is constantly flowing into the atmosphere in the form of sunlight that always shines on half of the Earth’s surface. Some of this sunlight (about 30 percent) is reflected back to space and the rest is absorbed by the planet. And like any warm object sitting in cold surroundings -- and space is a very cold place -- some energy is always radiating back out into space as invisible infrared light. Subtract the energy flowing out from the energy flowing in, and if the number is anything other than zero, there has to be some warming (or cooling, if the number is negative) going on.Cruciaal is dit "like any warm object sitting in cold surroundings some energy is always radiating back out into space". Men geeft hier dus wel aan dat warmte ook al betreft het straling zich van hoge naar lage temperatuur zal begeven, overeenkomstig wat de tweede hoofdwet van de thermodynamica voor schrijft. Des te merkwaardiger dat hun uitleg van het broeikaseffect wel strijdig is met de tweede hoofdwet.
Het 'some energy' is wat er niet mogelijk is, het kan niet zo zijn dat een deel van de straling de natuurwetten volgt en een ander deel niet.
Alle energie die de aarde verlaat doet dit in de vorm van straling, punt uit. Aangezien het heelal een vacuum is kan er geen energie via geleiding (door moleculen) naar buiten ontsnappen.
De foutieve vermelding van 'some energy' is natuurlijk nodig om de broeikashypothese te kunnen laten werken.
Indien er minder energie uitgestraald wordt dan er in komt moet er ergens opwarming optreden lezen we. Heel goed, maar wat er niet bij staat is dat waarschijnlijk meer dan 99% van deze warmte-energie in de oceaan wordt opgeslagen.
It’s as if you have a kettle full of water, which is at room temperature. That means everything is at equilibrium, and nothing will change except as small random variations. But light a fire under that kettle, and suddenly there will be more energy flowing into that water than radiating out, and the water is going to start getting hotter.Een vreemde en incorrecte analogie. Dit is de omschrijving van een toename van zonne-energie die de oceaan opwarmt en voor meer verdamping zorgt, en komt niet overeen met de processen in de atmosfeer die hier mee vergeleken zouden moeten worden.
Als tekortkomingen kunnen we o.a. noemen:
- vuur is niet alleen straling maar natuurlijk ook thermische warmte
- er vindt hier extra verdamping plaats (inclusief extra latente warmte) en daarom zal de stralingsbalans sowieso nooit kloppen, ook al zouden we met puur straling verwarmen.
- het water slaat de energie thermisch en blijvend op, en dit heeft helemaal niets te maken met positieve forcings van voornamelijk broeikasgas dat straling opneemt en volgens de broeikashypothese binnen een femtoseconde weer uit straalt.
- als het vuur uit (zon weer normaal) is zal de oude situatie herstellen, geen forcing meer.
Dit is onzinnig, wat men hier denkt te concluderen is in ieder geval niet uit het voorgaande af te leiden.
Men stelt dat radiative forcing een maat is voor de hoeveelheid energie waarmee de aarde uit balans is, maar nogmaals een energieverschil zal voor het grootste deel in de oceaan opgeslagen zijn.
Voor wat de atmosfeer betreft zal deze moeten voldoen aan de wetten van Kirchoff (Uitgebreide Engelse versie) en Stefan-Boltzmann, en daarom zal de stralingsenergie naar beneden gelijk moeten zijn aan de stralingsenergie naar boven en is het onmogelijk dat er een onbalans hiertussen is.
Het is daarentegen juist wel mogelijk dat er onbalans is tussen zonnestraling in en IR-straling uit. We lezen namelijk terecht bij Wikipedia dat Kirchoff's wet niet op gaat als de golflengte van invallende en uittredende straling ver uit elkaar ligt dus i.g.v. het spectrum van zonlicht en infrarood. Dus is het vanuit deze wet niet correct om te stellen dat er evenwicht moet zijn tussen invallend zonlicht en uitstraling naar het heelal, en dit is nu juist een fundament van de broeikashypothese.
De invallende meer energetische zonnestraling moet qua absorptie eerder voldoen aan de wet van Lambert-Beer, waarbij echte excitatie van elektronen kan plaats vinden. Dus hebben we in werkelijkheid te maken met een complex stralingsprobleem omdat de wetten voor invallende zonnestraling en die voor IR-straling verschillend zijn. Dit willen de alarmisten ten koste van alles vermijden dus blijven zij doorgaan met de versimpelde stralingsoplossing om dit te verdoezelen.
For the Earth’s climate system, it turns out that the level where this imbalance can most meaningfully be measured is the boundary between the troposphere (the lowest level of the atmosphere) and the stratosphere (the very thin upper layer). For all practical purposes, where weather and climate are concerned, this boundary marks the top of the atmosphere.Dit punt op ca. 10 km hoogte is waar de stralingsbalans van de atmosfeer op betrokken moet worden. En hier voorspellen de modellen dan ook een zogenaamde 'hotspot', maar helaas voor de broeikas gelovigen deze hotspot is er niet en daarmee is het broeikaseffect al gefalsifieerd.
En dit is dan het beruchte (verbeterde) overzicht van de forcings. Merk op dat de onzekerheden het grootst zijn aan de kant van de negatieve forcings (blauw). Het IPCC weet van deze forcings te weinig van af en dit betreft voornamelijk het effect van wolken. De onzekerheden bij de negatieve forcings zijn zo groot dat deze de totale forcing met tweederde kunnen reduceren, en de vraag is of de onzekerheden niet nog groter zijn.
Kijk maar in de linker kolom, het IPCC geeft alleen 'high' kennisniveau aan voor wat betreft de broeikasgassen. De kennis van de overige factoren is allemaal laag, dus erg onzeker. Dit weerhoudt de klimatologen er echter niet van om ons een settled science voor te spiegelen, en de onzekere feedbacks niet te onderzoeken maar gewoon te negeren.
Daarnaast zien we dat waterdamp (het grootste broeikasgas) er niet in voor komt. Om te voorkomen dat dit zichtbaar wordt gemaakt heeft het IPCC de grafiek dusdanig opgezet dat het de verschillen betreft vanaf het jaar 1750, en zo hoeft niemand te zien hoe enorm het effect van waterdamp is. Zo gaat men er dus ook gemakshalve maar van uit gaat dat de waterdampconcentratie sinds 1750 onveranderd is, en dit is dus duidelijk fout gebleken (zie hier onderaan) want we zien een overduidelijke dalende trend.
We kunnen concluderen dat gezien de correctie die kan optreden door de onzekerheden en het negeren van de waterdampvariatie de totale forcing net zo makkelijk op nul kan uitkomen.
Hier wordt beweerd dat de natuurlijke factoren ingecalculeerd zijn maar gezien de onzekerheden is hiervan geen sprake, bovendien is de waterdampvariatie genegeerd en de neveneffecten van variatie in zonnestraling en kosmische straling zijn ook genegeerd.
"De planeet aarde absorbeert energie van de zon, waardoor de aarde opwarmt. De aarde straalt energie terug naar de ruimte waardoor de aarde af koelt.
Over het algemeen bestaat er een energie-evenwicht tussen de zon en de aarde. Hierdoor blijft de gemiddelde temperatuur op aarde ruwweg constant."


"We kunnen over lange tijdsperioden natuurlijke veranderingen optreden, zoals veranderingen in de baan van de aarde rond de zon, die leiden tot periodieke klimaatveranderingen, zoals het ontstaan en het verdwijnen van ijstijden.
De energie die de aarde absorbeert van de zon bestaat grotendeels uit licht. De gassen en dampen van de atmosfeer random de aarde laten dit licht door. Het licht dat door de aarde wordt geabsorbeerd warmt de aarde op. De opgewarmde aarde straalt energie terug naar de ruimte in de vorm van warmtestraling en niet als licht."

"Hoewel alle gassen en dampen in de atmosfeer licht doorlaten, laat een aantal, waaronder waterdamp, kooldioxide en methaan, warmtestraling niet door. Zij houden die warmte vast. Daardoor functioneren ze als een soort deken om de aarde en veroorzaken ze een 'broeikaseffect' dat leidt tot een temperatuurverhoging van de aarde. Zonder dit natuurlijke broeikaseffect zou de temperatuur van de aarde ca. 33 graden Celsius lager zijn waardoor het oppervlak van de aarde grotendeels bevroren zou zijn. Er zou dan geen vloeibaar water zijn en daardoor ook geen leven. Het natuurlijke broeikaseffect is dus noodzakelijk voor het huidige leven op de aarde."
"Door steeds meer ontbossing, meer landbouw en door het grootschalige verbranden van fossiele brandstoffen stijgt de concentratie van broeikasgassen, zoals kooldioxide en methaan heel snel. De concentraties van deze gassen zijn nu veel hoger dan in de laatste 600.000 jaar. Hierdoor wordt het natuurlijke broeikaseffect versterkt, waardoor de aarde wat extra opwarmt."
"Daardoor worden de zeeen iets warmer, waardoor meer water verdampt, waardoor de concentratie van waterdamp in de atmosfeer wat toeneemt. Maar waterdamp is het sterkste van alle broeikasgassen. Daarom versterken de beschreven effecten elkaar. Het gevolg van dit alles is dat de temperatuur op aarde stijgt. Dit effect is tot nu toe nog niet groot; het is zelfs veel minder dan 1 %. Maar een temperatuurverhoging van slechts 1 % zou leiden tot een temperatuurstijging van ruwweg 3 graden Celsius, wat dramatische effecten zou hebben. De zeespiegel stijgt en het klimaat verandert."


Het toetsen van een theorie volgens de methode van Popper werkt als volgt:
Een theorie wordt getoetst aan de hand van een enkele uitspraak, de basiszin.





















De as van de Mars wijkt 24 graden af van de verticaal, en die van de aarde thans 23,5 graden. Dus ook Mars kent seizoenen net als onze aarde. De aarde en Mars lijken dus op scheef staande draaiende tollen. De aarde draait een keer per 24 uur, Mars in 24 uur en 37 minuten.