| NIEUW 05-05, vanaf heden is er de rubriek Flitspost in de linker kolom. De links hier leiden naar een nieuwe pagina waar korte artikels geplaatst worden |

Het blauwe gedeelte is afgeleid middels analyse van voornamelijk boomringen, slechts het laatste rode stuk betreft werkelijk gemeten temperaturen met thermometers.
Maar het is belangrijk om te weten dat de grijze zone er omheen de onzekerheid van de temperatuurbepaling is. Het IPCC zegt in haar rapport zelf dat de onzekerheid verder in het verleden toeneemt, en dat het slechts waarschijnlijk is dat de jaren negentig het warmst waren.
Het is dus de vraag of de eerste negenhonderd jaar in de grafiek op relatief hetzelfde niveau weergegeven moet worden. Vanwege de onzekerheden kan men net zo goed een lijn weergeven die hevig fluctueert tussen +0,3 °C en -0,7 °C en soms nog meer. Dit doet niets af aan de gemeten waarde van de laatste 100 jaar, maar het geeft wel een totaal andere perceptie.
Dat men de blauwe lijn dusdanig heeft weergegeven komt omdat men het gewogen gemiddelde van de proxies wereldwijd heeft samengesteld. Dus als men voor een bepaald jaar +0,6, -0,7, -0,6 en +0,3 heeft gevonden zet men gewoon -0,1 °C in de grafiek. De kans is groot dat je zo altijd ergens in het midden terecht komt.
Verder lijken de proxies betrouwbaar omdat de rode gemeten waarden zo mooi gelijk lopen met de blauwe proxies. Maar schijn bedriegt, een proxy zoals een boomring geeft geen temperatuur die je kunt meten. De dikte van de ringen wordt geacht verband te houden met een temperatuur, maar welke temperatuur is dat?
De methode is dusdanig dat de rode lijn van gemeten temperaturen gebruikt zijn als ijkpunten voor de temperaturen die bij de proxies zouden moeten horen, en dan volgt pas daarna de kennis omtrent de blauwe lijn van de proxies en die zal aldus vrijwel met de rode overeen moeten komen anders is de koppeling niet juist.
En kijk nog eens waar de blauwe lijn eindigt, de laatste 30 jaar zijn er geen proxies meer gebruikt. Boomring data bleek vanaf hier op lagere temperaturen te duiden in plaats van hogere, en kwam dus totaal niet overeen met de thermometer data. De oplossing was simpel; gewoon negeren.
Voor de meeste mensen zal de connectie tussen de blauwe en rode lijn de onjuiste indruk geven dat de boomringmethode en een thermometer perfect met elkaar overeenkomen.
Een ander probleem is dat de thermometer van de laatste dertig jaar het meest betrouwbaar is, maar dat de onnauwkeurigheid van de instrumenten verder terug in de vorige eeuw verder toeneemt.
McShane en Wyner bevestigen nogmaals dat de ongebruikelijke wijze waarop Mann met de proxy data omging altijd een grafiek in de vorm van een hockeystick oplevert. Dit is conform de eerdere conclusie van McIntyre en McKitrick.
Als de data op juiste wijze gebruikt wordt vinden zij het volgende.




Deze daling van de zeewatertemperatuur heeft altijd gevolgen voor de wereldwijde temperatuur. De pieken zijn duidelijk terug te vinden in de UAH grafiek, de temperatuurtopper 1998 was duidelijk een El NIno effect alsook 2009 - 2010. En we zien hier dat de atmosfeer inderdaad sinds de laatste maanden ook aan een snelle daling bezig is.

de PDO







De bevindingen en projecties van prof. Don Easterbrook


| zomer | jaarlijks | |
| 1881 - 2010 | 17,2 | 9,8 |
| 1881 - 1947 | 17,7 | 10,0 |
| 1948 - 1978 | 16,1 | 9,2 |
| 1979 - 2010 | 16,9 | 10,0 |
| zomer | jaarlijks | |
| 1881 - 1947 | 17,7 | 10,0 |
| 1948 - 2010 | 16,5 | 9,6 |
De GISS data laat zien dat we te maken hebben met een afkoeling in ons huidig Nederlands klimaat sinds 1948 van gemiddeld 0,4 °C en de zomers zijn zelfs 1,2 °C koeler, dat is simpelweg wat de data zegt.
Dus geen global warming te vinden in Nederland, maar slechts afkoeling!!!



Wat er hier plaats heeft gevonden is wat we allemaal kennen, systeem 2 is verwarmd door systeem 1.
Maar wat is de eindtoestand? Op atomaire schaal is die er niet, het verplaatsen van de energie door de systemen gaat eindeloos en doelloos door. Maar voor een waarnemer met een thermometer is die er wel, op een gegeven moment is de temperatuur in beide systemen a: gelijk en b: verandert niet meer.
Op dit punt is namelijk de verhouding rood / wit in beide systemen gelijk, ook al veranderen de posities continu.
De botsingen verplaatsen de energie willekeurig en zorgen voor energieverspreiding, maar als ze eenmaal homogeen over de beschikbare ruimte verdeeld is, blijft de onderlinge verdeling gelijk.
Er is een evenwicht ontstaan, het is een (thermo)dynamisch evenwicht en geen statisch evenwicht daar er wel continu veranderingen blijven optreden.
Temperatuur
We dus hebben gezien dat de temperatuur in systeem 1 en 2 gelijk is geworden, maar zie dat dit niet geldt voor de energie van beide systemen. Er zit nu meer energie in systeem 2 dan in systeem 1.
We weten uit ervaring dat energie tussen twee systemen van nature van hoge naar lage temperatuur beweegt en uiteindelijk een gelijke eindtemperatuur bereikt, maar dit betekent dus niet gelijke energieën. Bovendien blijft de energie zich continu verplaatsen al kunnen we dit aan de temperatuur niet zien.
Een systeem kan een relatief lage temperatuur hebben maar wel heel veel energie bezitten, bijvoorbeeld onze oceaan. Energie hangt o.a. van de omvang van een systeem af (aantal deeltjes), maar temperatuur niet. In de buitenste luchtlagen van onze atmosfeer loopt de temperatuur op tot 800ºC, maar je zou hier niet veel van merken omdat de lucht er zo ontzettend ijl is en de energiedichtheid erg laag.
Temperatuur is dus afhankelijk van de verhouding rood / wit. Concreet is er gevonden dat Temperatuur = C / ln × (rood/wit) , waarin C een constante is die afhankelijk is van de hoeveelheid energie en massa van de rode atomen.
Ludwig Boltzmann
Nu gaan we op atomaire schaal kijken wat entropie inhoudt, en daarvoor duiken we in de statistische thermodynamica hetgeen inhoudt dat we gaan kijken wat er gebeurt op de moleculaire schaal hetgeen de oorzaak is van wat we zien op onze menselijke macroscopische schaal.
De basis hiervan werd gelegd door Ludwig Boltzmann. Boltzmann zocht de oorzaak van de thermodynamische processen in het gedrag van atomen, op zich al gedurfd omdat het idee van het bestaan van atomen nog niet eens geaccepteerd was.
Het bestaan van warmte(energie) komt voort uit de beweging van atomen ofwel hun kinetische energie, en ze is afhankelijk van de hoeveelheid atomen. (Temperatuur is een maat voor de gemiddelde snelheid van de atomen en is onafhankelijk van de hoeveelheid.)
Entropieverandering tijdens faseverandering
We nemen nu smeltend ijs als voorbeeld om de entropieverandering van een spontaan proces te onderzoeken, kenmerkend bij smelten is het feit dat de temperatuur constant blijft terwijl warmte wordt opgenomen. De eerder genoemde formule ΔS = ΔQ / T voor het bepalen van de entropie is hier bij uitstek toepasbaar.
Beschouw onderstaand systeem met 6 moleculen water als ijskristal en nog 19 omringende atomen vloeibaar water. De ijsmoleculen trillen in hun vaste kristalrooster en kunnen geen andere posities innemen. Maar nu gaan we warmte toegvoegen.





Dan hebben we nog belangrijke verschillen gezien tussen temperatuur en energie. Temperatuur is een intensieve grootheid, we meten een waarde niet afhangt van de grootte of hoeveelheid materie in het systeem. Energie daarintegen is een extensieve grootheid, de waarde hangt altijd af van de hoeveelheid materie in het systeem.
Denk hier nog eens over na m.b.t. het 'meten' van global warming. Men meet slechts de plaatselijke intensieve temperatuur, maar dus zeker geen energie. Daarvoor moeten de samenstelling (vochtigheid), druk en soortelijke warmte bekend zijn. En dan welk volume moet je gebruiken, m.a.w. wat is het systeem dat bij de temperatuur hoort? Hoe groot is het volume rond het meetpunt waarin de gemeten temperatuur geldig is? Een onmogelijke opgave.
Dit is het einde van deel 1, in deel 2 duiken we eerst in de historie van de tweede hoofdwet.



"De planeet aarde absorbeert energie van de zon, waardoor de aarde opwarmt. De aarde straalt energie terug naar de ruimte waardoor de aarde af koelt.
Over het algemeen bestaat er een energie-evenwicht tussen de zon en de aarde. Hierdoor blijft de gemiddelde temperatuur op aarde ruwweg constant."


"We kunnen over lange tijdsperioden natuurlijke veranderingen optreden, zoals veranderingen in de baan van de aarde rond de zon, die leiden tot periodieke klimaatveranderingen, zoals het ontstaan en het verdwijnen van ijstijden.
De energie die de aarde absorbeert van de zon bestaat grotendeels uit licht. De gassen en dampen van de atmosfeer random de aarde laten dit licht door. Het licht dat door de aarde wordt geabsorbeerd warmt de aarde op. De opgewarmde aarde straalt energie terug naar de ruimte in de vorm van warmtestraling en niet als licht."

"Hoewel alle gassen en dampen in de atmosfeer licht doorlaten, laat een aantal, waaronder waterdamp, kooldioxide en methaan, warmtestraling niet door. Zij houden die warmte vast. Daardoor functioneren ze als een soort deken om de aarde en veroorzaken ze een 'broeikaseffect' dat leidt tot een temperatuurverhoging van de aarde. Zonder dit natuurlijke broeikaseffect zou de temperatuur van de aarde ca. 33 graden Celsius lager zijn waardoor het oppervlak van de aarde grotendeels bevroren zou zijn. Er zou dan geen vloeibaar water zijn en daardoor ook geen leven. Het natuurlijke broeikaseffect is dus noodzakelijk voor het huidige leven op de aarde."
"Door steeds meer ontbossing, meer landbouw en door het grootschalige verbranden van fossiele brandstoffen stijgt de concentratie van broeikasgassen, zoals kooldioxide en methaan heel snel. De concentraties van deze gassen zijn nu veel hoger dan in de laatste 600.000 jaar. Hierdoor wordt het natuurlijke broeikaseffect versterkt, waardoor de aarde wat extra opwarmt."
"Daardoor worden de zeeen iets warmer, waardoor meer water verdampt, waardoor de concentratie van waterdamp in de atmosfeer wat toeneemt. Maar waterdamp is het sterkste van alle broeikasgassen. Daarom versterken de beschreven effecten elkaar. Het gevolg van dit alles is dat de temperatuur op aarde stijgt. Dit effect is tot nu toe nog niet groot; het is zelfs veel minder dan 1 %. Maar een temperatuurverhoging van slechts 1 % zou leiden tot een temperatuurstijging van ruwweg 3 graden Celsius, wat dramatische effecten zou hebben. De zeespiegel stijgt en het klimaat verandert."


Men heeft uit de differentiaalvergelijkingen van de statistische waarden gevonden dat de functie van de temperatuur en die van de zonnestraling bij de eerste afgeleide stationair worden , maar dat de functie van de diverse broeikasversterkingen pas bij de tweede afgeleide stationair wordt. Dit betekent dat er een duidelijk verschillend gedrag bestaat, waartussen meestal geen correlatie bestaat. Om dit te bevestigen heeft men gekeken of er cointegratie tussen beide bestaat, die blijkt er niet te zijn en dus is er geen relatie tussen broeikasgassen en temperatuur.
Broeikasgassen hebben slechts een tijdelijk effect op de temperatuur, andere negatieve feedbacks zorgen er voor dat het broeikaseffect teniet wordt gedaan (waterdamp?). Eerdere onderzoekers hebben tijdelijke opwarming onterecht voor blijvend aangezien. Een verdubbeling van CO2 zal niet tot blijvende temperatuurverhoging leiden.
Tussen 1880 en 2000 is de temperatuur 0,54 °C gestegen, hiervan komt 0,40 °C door de zon en slechts 0,14 °C (tijdelijk) door broeikasgassen. Het is niet de CO2 concentratie die een rol speelt maar de CO2 concentratieverandering over een tijdsbestek. Het terugdringen van de CO2 uitstoot heeft slechts een tijdelijk effect op de temperatuur, er is geen blijvend effect op de lange termijn.

CO2 heeft geen relatie met temperatuur en zonnestraling, en daarom is het niet waar dat CO2 de temperatuur blijvend verhoogd. Vanwege het tijdelijke effect moet Global Warming gezien worden als een tijdelijk reactie die in de toekomst zal omkeren.

A - Do you agree that according to the global temperature record used by the IPCC, the rates of global warming from 1860-1880, 1910-1940 and 1975-1998 were identical?
An initial point to make is that in the responses to these questions I've assumed that when you talk about the global temperature record, you mean the record that combines the estimates from land regions with those from the marine regions of the world. CRU produces the land component, with the Met Office Hadley Centre producing the marine component.
Temperature data for the period 1860-1880 are more uncertain, because of sparser coverage, than for later periods in the 20th Century. The 1860-1880 period is also only 21 years in length. As for the two periods 1910-40 and 1975-1998 the warming rates are not statistically significantly different (see numbers below).
I have also included the trend over the period 1975 to 2009, which has a very similar trend to the period 1975-1998.
So, in answer to the question, the warming rates for all 4 periods are similar and not statistically significantly different from each other.
Here are the trends and significances for each period:
| Period | Lenght (years) | Trend (ºC per decade) | Significance |
| 1860 - 1880 | 21 | 0,163 | Yes |
| 1910 - 1940 | 31 | 0,15 | Yes |
| 1975 - 1998 | 24 | 0,166 | Yes |
| 1975 - 2009 | 35 | 0,161 | Yes |
| 1995 - 2009 | 15 | 0,12 | No |
| 2002 - 2009 | 8 | - 0,12 | No |
Yes, but only just. I also calculated the trend for the period 1995 to 2009. This trend (0.12C per decade) is positive, but not significant at the 95% significance level. The positive trend is quite close to the significance level. Achieving statistical significance in scientific terms is much more likely for longer periods, and much less likely for shorter periods.
C - Do you agree that from January 2002 to the present there has been statistically significant global cooling?
No. This period is even shorter than 1995-2009. The trend this time is negative (-0.12C per decade), but this trend is not statistically significant.
D - Do you agree that natural influences could have contributed significantly to the global warming observed from 1975-1998, and, if so, please could you specify each natural influence and express its radiative forcing over the period in Watts per square metre.
This area is slightly outside my area of expertise. When considering changes over this period we need to consider all possible factors (so human and natural influences as well as natural internal variability of the climate system). Natural influences (from volcanoes and the Sun) over this period could have contributed to the change over this period. Volcanic influences from the two large eruptions (El Chichon in 1982 and Pinatubo in 1991) would exert a negative influence. Solar influence was about flat over this period. Combining only these two natural influences, therefore, we might have expected some cooling over this period.
(Jones doet voorkomen dat alle natuurlijke factoren bekend en ingecalculeerd zijn, dit is grote bull.... , zie mijn opmerkingen bij vraag H)
E - How confident are you that warming has taken place and that humans are mainly responsible?
I'm 100% confident that the climate has warmed. As to the second question, I would go along with IPCC Chapter 9 - there's evidence that most of the warming since the 1950s is due to human activity.
G - There is a debate over whether the Medieval Warm Period (MWP) was global or not. If it were to be conclusively shown that it was a global phenomenon, would you accept that this would undermine the premise that mean surface atmospheric temperatures during the latter part of the 20th Century were unprecedented?There is much debate over whether the Medieval Warm Period was global in extent or not. The MWP is most clearly expressed in parts of North America, the North Atlantic and Europe and parts of Asia. For it to be global in extent the MWP would need to be seen clearly in more records from the tropical regions and the Southern Hemisphere. There are very few palaeoclimatic records for these latter two regions.
Of course, if the MWP was shown to be global in extent and as warm or warmer than today (based on an equivalent coverage over the NH and SH) then obviously the late-20th century warmth would not be unprecedented. On the other hand, if the MWP was global, but was less warm that today, then current warmth would be unprecedented.
We know from the instrumental temperature record that the two hemispheres do not always follow one another. We cannot, therefore, make the assumption that temperatures in the global average will be similar to those in the northern hemisphere.
(Jones geeft dus toe dat er duidelijk een Middeleeuwse warme periode was op het Noordelijk halfrond, slechts door gebrek aan data is niet duidelijk of het globaal was. Dit is dan dus nogmaals de doodsteek voor Mann's hockey stick waar Jones toch zelf aan mee werkte. Lees hier verder over deze spagaat.)
H - If you agree that there were similar periods of warming since 1850 to the current period, and that the MWP is under debate, what factors convince you that recent warming has been largely man-made?
The fact that we can't explain the warming from the 1950s by solar and volcanic forcing - see my answer to your question D.
(Dit is een ontstellende uitspraak, het komt neer op 'we weten het niet dus het moet door de mens komen'. Jones weet donders goed dat er talloze factoren zijn die nagenoeg onbegrepen en niet te modelleren zijn zoals bijvoorbeeld waterdamp, wolkenvorming, oceaanwarmtebuffer, kosmische invloeden. En welk scala aan onbekende factoren zullen er nog meer bestaan? Deze uitspraak heeft niets met wetenschap te maken)
K - How much faith do you have - and should we have - in the Yamal tree ring data from Siberia? Should we trust the science behind the palaeoclimate record?First, we would all accept that palaeoclimatic data are considerably less certain than the instrumental data. However, we must use what data are available in order to look at the last 1,000 years.
I believe that our current interpretation of the Yamal tree-ring data in Siberia is sound. Yamal is just one series that enters some of the millennial long reconstructions that are available.
(Weer een niet te volgen redenatie, er is te weinig betrouwbare boomring data maar we moeten toch wat om tot 1000 jaar terug te kijken. Het doel (1000 jaar) is heiliger dan betrouwbaarheid, een leuke werkverschaffing maar ga dit dan niet publiceren en vertel dat de resultaten generlei waarde hebben.
Sallie Baliunas en Willie Soon van Harvard Smithsonian hebben in 2003 al een prima analyse gedaan en daarbij een breed scala van meer dan 20 verschillende proxies gebruikt i.p.v. de 12 Yamal bomen die Michael Mann gebruikte. Zij vonden een significante MWP warmer dan nu en een significante kleine ijstijd. Hun werk kwam echter niet door de peer review van Jones en zijn club)
N - When scientists say "the debate on climate change is over", what exactly do they mean - and what don't they mean?It would be supposition on my behalf to know whether all scientists who say the debate is over are saying that for the same reason. I don't believe the vast majority of climate scientists think this. This is not my view. There is still much that needs to be undertaken to reduce uncertainties, not just for the future, but for the instrumental (and especially the palaeoclimatic) past as well.
(Deze opmerking is cruciaal. Let goed op Al Gore, Jaqueline Cramer, Diederik Samson Femke Halsema, en hele onwetende volkstammen met u: het debat is nog lang niet gevoerd en er is geen consensus)
Q - Let's talk about the e-mails now: In the e-mails you refer to a "trick" which your critics say suggests you conspired to trick the public? You also mentioned "hiding the decline" (in temperatures). Why did you say these things?This remark has nothing to do with any "decline" in observed instrumental temperatures. The remark referred to a well-known observation, in a particular set of tree-ring data, that I had used in a figure to represent large-scale summer temperature changes over the last 600 years.
The phrase 'hide the decline' was shorthand for providing a composite representation of long-term temperature changes made up of recent instrumental data and earlier tree-ring based evidence, where it was absolutely necessary to remove the incorrect impression given by the tree rings that temperatures between about 1960 and 1999 (when the email was written) were not rising, as our instrumental data clearly showed they were.
This "divergence" is well known in the tree-ring literature and "trick" did not refer to any intention to deceive - but rather "a convenient way of achieving something", in this case joining the earlier valid part of the tree-ring record with the recent, more reliable instrumental record.
I was justified in curtailing the tree-ring reconstruction in the mid-20th Century because these particular data were not valid after that time - an issue which was later directly discussed in the 2007 IPCC AR4 Report.
The misinterpretation of the remark stems from its being quoted out of context. The 1999 WMO report wanted just the three curves, without the split between the proxy part of the reconstruction and the last few years of instrumental data that brought the series up to the end of 1999. Only one of the three curves was based solely on tree-ring data.
The e-mail was sent to a few colleagues pointing out their data was being used in the WMO Annual Statement in 1999. I was pointing out to them how the lines were physically drawn. This e-mail was not written for a general audience. If it had been I would have explained what I had done in much more detail.
R - Why did you ask a colleague to delete all e-mails relating to the Fourth Assessment Report of the IPCC?
This was an e-mail sent out of frustration at one FOI request that was asking for the e-mail correspondence between the lead authors on chapter six of the Working Group One Report of the IPCC. This is one of the issues which the Independent Review will look at.









Mann publiceerde in 1998 een temperatuurreconstructie op basis van boomringen data. Het werd de blikvanger van het derde rapport van het IPCC, dat in 2001 verscheen. De curve liet een daling van de gemiddelde temperatuur zien vanaf het jaar 1000, met een forse en plotselinge stijging gedurende de laatste 100 jaar.

De indruk werd gewekt dat sinds de industriële revolutie de mens verantwoordelijk was voor de opwarming van de aarde. Opmerkelijk was het feit dat de zogenoemde Middeleeuwse Warme Periode en de Kleine IJstijd, die toch al eerder bekend waren hier niet terug te vinden waren. Het temperatuurverloop zou er normaliter ongeveer als volgt uit moeten zien:

De wereldwijde klimaatgekte werd door deze hockey stick in gang gezet, waarbij het gros van de wereldbevolking niet gehinderd door voldoende kennis als een soort grootheidswaanzin ging geloven dat de mens het klimaat op aarde kon beïnvloeden, net zo makkelijk als het instellen van de thermostaat.
Op zich is het gebruik van boomringen al discutabel. Hoewel veel paleoklimatologen er van uit gaan dat men de temperatuur er uit af kan leiden, is duidelijk dat luchtvochtigheid, regenval, grondwater, voedingsstoffen en hoeveelheid zonlicht een grote rol spelen. Een boom die tijdens hoge temperaturen droog staat zal het uiteraard niet zo goed vergaan. Bovendien is gebleken dat bomen de temperatuur van hun bladeren kunnen reguleren voor een optimale photosynthese. De waarde die het IPCC aan boomring onderzoeken hecht zegt mijns inziens al genoeg over het waarheidsgehalte van hun rapporten.Steven McIntyre twijfelde sterk aan de hockey stick en wilde nagaan of deze wel klopte, een wetenschappelijke replicatie. Het is vrijwel standaard dat de oorspronkelijke auteurs aan een dergelijke replicatie meewerken. Maar naar gebleken is dus niet in de hedendaagse klimatologie. Mann en zijn achterban hebben het verzoek van McIntyre om hun gegevens ter beschikking te stellen jarenlang getraineerd. Eerst verklaarde Mann te zijn vergeten waar hij de data had bewaard, later zei hij domweg te weigeren mee te werken.
Normaliter zou men vermoeden dat hij iets te verbergen had, maar overige klimaatonderzoekers vonden het echter normaal. Uiteindelijk wist McIntyre de data die gebruikt was toch te bemachtigen en hiermee aan te tonen dat er duidelijk data manipulatie was toegepast voor de constructie van de stick. Mann moest bakzeil halen en de grafiek was niet meer te vinden in het vierde rapport van het IPCC, zonder rectificatie.
Maar McIntyre wilde nog verder, klopte de enorme stijging van de temperatuur over de laatste eeuw wel? Hij wilde toegang tot alle oorspronkelijke gegevens van het onderzoek, maar hij werd weer jaren lang met allerlei smoezen afgewimpeld. Totdat Keith Briffa van het Hadley CRU met collega’s onlangs een artikel publiceerde waarvoor de onderliggende data openbaar moesten blijven, dit betrof de gebruikte data uit Yamal in Rusland.
Steve McIntyre wist zo toch de beschikking te krijgen over de door hem verlangde gegevens. Na ontvangst in delen bleek dat er nog veel meer met de constructie van de hockey stick gerommeld is dan uit het eerste onderzoek van McIntyre is gebleken. Mann en consorten bleken grote hoeveelheden gegevens geheim gehouden te hebben, dit betreft boomringen data van onderzoeker Schweingruber. Er kan vanaf nu gerust gesproken worden over een totale vervalsing van de feiten.
Het blijkt dat de gebruikte boomringgegevens van Mann over de laatste 100 jaar bewust zijn geselecteerd uit een veel groter aantal gegevens om een grafiek met een sterke temperatuurstijging te construeren. Slechts 12 series uit een set van 34 series werden er door Mann selectief geselecteerd om een stijgende temperatuurcurve voor het IPCC mee te construeren! Als McIntyre uiteindelijk alle Yamal data voor reconstructie gebruikt blijkt de complete hockey stick curve te verdwijnen, en daar blijft het niet bij want er ontstaat zelfs een dalende temperatuur curve! (zie groene lijn, rood is selectie van Mann)

