Posted on: January 31, 2009
stuur dit door
In zijn boek 'Kosmisch Klimaat' bechrijft
Henrik Svensmark zijn
theorie over het verband tussen
kosmische straling en de vorming van lage bewolking die het weer en klimaat beinvloeden.
De theorie verklaart hoe ijstijden en warme periodes elkaar af hebben gewisseld, maar Svensmark heeft ook empirisch bewijs verzameld middels laboratorium proeven.
De resultaten waren dusdanig dat enkele tientallen wetenschappers werken aan het grootschalige
CLOUD onderzoek in het CERN onderzoekscentrum voor hoge energie fysica waar ook de
Large Hadron Collider opgestart wordt.
De hoeveelheid kosmische straling die de stratosfeer van de aarde ontvangt verandert naargelang de sterkte van de zonnewind. Een
minder actieve zon betekent meer kosmische straling en meer lage bewolking waardoor meer zonlicht weerkaatst wordt en de temperatuur op aarde daalt. Dit is naar het verleden toe zichtbaar te maken daar ook de vorming van Koolstof-14 en Beryllium-10 hierdoor varieert.

Â
Waterdamp condenseert namelijk bij verzadiging niet zomaar uit zichzelf. Om een druppel te vormen is eerst een kern nodig om op neer te slaan.
Dit kunnen microscopische stofdeeltjes (zeezout) of Zwaveloxiden in de lucht zijn maar ook elektronen die voorkomen uit de botsingen van de kosmische straling met de atomen in de lucht.
Dus de kosmos (buiten de zon) heeft invloed op weer en klimaat zoals ik in deze
post kort aanhaalde.
Op langere termijn is deze invloed nog groter als het zonnestelsel zich buiten het vlak van de melkweg beweegt en daardoor nog veel meer straling ontvangt. Een cyclus van 65 miljoen jaar.
Een recente
publicatie in
Geophysical Research Letters over een nieuw ontdekte relatie laat zien dat er nog meer kosmische invloeden bestaan:
--------------------------------------------------------
Gegevens van een detector voor kosmische straling in een ijzermijn in de US laten een opmerkelijke verband zien tussen de hoeveelheid straling en de temperatuur van de stratosfeer. Voor het eerst is door wetenschappers aangetoond dat dit verband gebruikt kan worden om zeer plotselinge weersveranderingen in de stratosfeer te lokaliseren die in de winter op het noordelijk halfrond plaats vinden.
Deze verschijnselen hebben een groot effect op de winterse temperatuur en Ozon boven de polen. De mogelijkheid om dit te lokaliseren en de frequentie er van te begrijpen is cruciale informatie voor de huidige klimaat en weer-modellen en om voorspellingen te verbeteren.
De onderzoekers analyseerden 4 jaren aan meetresultaten. Een significante relatie tussen de gemeten hoeveelheid straling en temperatuur werd duidelijk: mesonen uit kosmische straling vervallen tot muonen. Als de temperatuur van de atmosfeer toeneemt zal deze uitzetten zodat minder mesonen vernietigd worden door botsingen met de moleculen in de lucht zodat er meer langs natuurlijke weg zullen vervallen tot muonen.
Wat de wetenschappers verbaasde was de periodieke plotselinge toename van muonen in de winter maanden. Deze sprongen vinden in slechts een paar dagen plaats.

Onderzoek liet zien dat deze samen vielen met snelle pieken in de temperatuur van de stratosfeer met soms 40°C en die al bekend stonden als Sudden Stratospheric Warming. Dit gebeurt gemiddeld om de dag op onvoorspelbare tijdstippen.
Voorheen werd dit gemeten met weerbalonnen en satellieten maar nu kan met de stralingsdata tot 50 jaar terug het temperatuur verloop bekijken.
-------------------------------------------------------- einde
De huidige klimaatmodellen van het IPCC houden met bovenstaande zaken totaal geen rekening, zelfs de intensiteit van de zon en gerelateerde factoren worden als 'niet van invloed' afgedaan terwijl veel onderzoeken dit als duidelijk negatieve feedbacks aan wijzen.
Het onderzoek van Svensmark wordt dood gezwegen.
Het IPCC kan negatieve feedbacks niet gebruiken. Omdat CO2 alleen lang niet voldoende is om invloed te hebben op de temperatuur heeft men allerlei positieve feedbacks in de modellen gestopt om (achteraf) op de gewenste waarden uit te komen.
Maar afwezigheid van negatieve feedback zou betekenen dat het aardse klimaat hoogst instabiel is, en een eenmaal in gang gezette opwarming altijd onvermijdelijk voort blijft schrijden. Dit is te vergelijken met een bal boven aan een heuvel, zodra de bal gaat rollen blijft hij door gaan.
Dit is dus duidelijk niet het geval op aarde. Temperatuur schommelingen naar boven en beneden wisselen elkaar om de 30 jaar af, en verder naar het verleden zien we nog meer variaties die verband houden met de zonneactiviteit met diverse cycli totaan 1500 jaar.
Het is als een bal in een kom, laat hem ergens los en hij rolt omlaag langs het laagste punt en weer omhoog enz.
De evolutie van de laatste 500 miljoen jaar had nooit plaats kunnen vinden indien een dergelijk instabiel klimaat zou bestaan.
Ga naar hoofdpagina Klimaatfraude
<< Previous Post || Next Post >>
categorie:
Uncategorized,
kosmoklimatologie