Posted on: February 06, 2010
stuur dit door
In 2004 bracht
Nigel Arnell (Professor in Physical Geography) een rapport uit waaruit bleek dat door global warming waarschijnlijk minder mensen met een tekort aan water te maken zouden krijgen, alhoewel sommige regio's met minder reserves te maken zouden kunnen krijgen.
Arnell berekende dat bij stijgende temperaturen, tussen 867 miljoen en 4,5 miljard mensen mogelijk minder water ter beschikking zullen hebben in 2085. Maar tevens vond hij dat mogelijk tussen de 1,7 en 6 miljard mensen er juist op vooruit zouden kunnen gaan.
Hij middelde zijn resultaten en concludeerde dat het voor bijna 2,7 miljard mensen slechter uit zou kunnen pakken, maar voor 3,85 miljard mensen zou global warming voor meer waterbronnen kunnen zorgen.
Arnell's onderzoek werd betaald door de Britse regering, en daarna gebruikt door het IPCC waarbij gegevens van Arnell werden verwerkt in het IPCC AR4 rapport van 2007.
Echter, het IPCC gebruikte Arnell's gegevens om een omgekeerd beeld te schetsen middels eenzijdige boekhouding. Het beschrijft uitvoering hoeveel mensen te maken krijgen met minder water hoeveelheden, en negeert vrijwel de aantallen die voordeel hebben van global warming.
In de zogenaamde 'Summary for Policy Makers' staat het vol met waarschuwingen voor droogte en dat stijgende temperaturen honderden miljoenen mensen van water berooft, en vermeld slechts dat sommige gebieden over meer water zullen beschikken. Er wordt totaal niet gemeld dat hierdoor juist nog honderden miljoenen meer mensen er waarschijnlijk voordeel van zullen hebben.
Bovendien laat het IPCC na om te vermelden waarom sommigen met water tekorten te maken kunnen krijgen. In het rapport van Arnell staat namelijk dat dit niet komt door stijgende temperaturen, maar door bevolkingsgroei en verhoogd gebruik. Het IPCC rapport doet echter voorkomen dat global warming de grote boosdoener is.
Het voorval is niet af te doen als een foutje, al in 2006 waarschuwde
Indur Goklany (zelf werkzaam voor IPCC) de IPCC auteurs dat het voorlopig rapport eenzijdig was zonder de aantallen te vermelden die over meer water zouden gaan beschikken. Zijn advies werd terzijde geschoven.
Arnell assisteerde zelf bij het IPCC schrijven, en is zo zegt hij 'tevreden' met het resultaat. Dat zijn originele bevindingen niet volledig vermeld staan komt door 'gebrek aan ruimte', er was slechts plaats voor een beperkt aantal woorden.
Bovendien is een beetje minder water erger als een beetje meer, alhoewel niet bekend is om hoeveel meer of minder water het nu eigenlijk gaat.
Maar vreemd genoeg is er wel een andere sectie in het IPCC rapport die specifiek ingaat op Zuid-Amerika, en waar aan de hand van Arnell's werk te lezen is dat hier meer mensen met watertekorten te maken kunnen krijgen dan met een toename.
In dit geval van nadelige invloed is het blijkbaar wel mogelijk om dit nader te specificeren.
Als we verder in Arnell's rapport van 22 pagina's kijken zien we vele hiaten en onzekerheden, en dat de resultaten sterk afhankelijk zijn van vooronderstelling die men aanneemt, wat ook blijkt uit de zeer brede schattingen die hij doet. Hij stelt zelf dat de nummerieke schattingen die hij doet
niet te letterlijk moeten worden genomen.
De schattingen zijn het minst afhakelijk van CO2 uitstoot maar meer afhankelijk van welk klimaatmodel gebruikt wordt en verwachtte bevolkingsgroei.
Bovenstaande nuances van Arnell blijven totaal onvermeld in de vertaling naar de IPCC consensus versie. De opzettelijke pogingen om de gevolgen van opwarming te overdrijven zonder de positieve gevolgen te belichten werpen een dam op tegen een serieuze discussie, en roept de vraag op waarom een dergelijke werkwijze van het IPCC nodig is voor zogenaamd 'overweldigend wetenschappelijk bewijs'.
Arnell schijnt overigens banden te hebben met
CRU / University of East Anglia.
<< Previous Post || Next Post >>
categorie:
IPCC,
Uncategorized