Posted on: July 22, 2009
stuur dit door
Hier weer eens een
onderzoek dat bevestigd dat er wel degelijk een verband is tussen variaties in zonne-intensiteit en mondiaal klimaat:
Er is een belangrijke link tussen de zonnecycli en het mondiale klimaat vast gesteld door onderzoek geleid door wetenschappers van het National Science Foundation (NSF). Het blijkt dat maximale zonne-activiteit en de nasleep daarvan gevolgen hebben op Aarde middels La Niña en El Niño gebeurtenissen in de tropische Stille Oceaan.
Het onderzoek kan de weg openen naar betere voorspellingen van temperatuur en neerslag patronen op bepaalde momenten tijdens de gemiddeld 11-jarige zonnecyclus.
Deze resultaten zijn opvallend in die zin dat zij wijzen op een wetenschappelijk aantoonbare reeks van gebeurtenissen die de 11-jarige zonnecyclus in verband brengen met ENSO (El Nino Southern Oscillation), het tropische verschijnsel in de Stille Oceaan dat de variabiliteit van het klimaat in de wereld zo sterk beïnvloedt.
De totale hoeveelheid stralings-energie die de aarde vanaf de zon bereikt varieert met 0,1-0,2 procent gedurende een zonne-cyclus. Wetenschappers hebben al tientallen jaren gekeken of deze ups en downs te koppelen zijn aan weers en klimaat variaties en hun subtiele effecten te onderscheiden van andere weerspatronen.
Voortbouwend op eerdere resultaten gebruikten onderzoekers klimaatmodellen en meer dan een eeuw aan temperatuurgegevens van de oceaan, om het verband tussen zonneactiviteit en de mondiale klimaat te beantwoorden.
Het onderzoek, dat deze maand verschijnt in de Journal of Climate, werd gefinancierd door de NSF, NCAR en door het Amerikaanse ministerie van Energie.
We hebben de effecten van een nieuw mechanisme uitgewerkt om te begrijpen wat er gebeurt in de tropische Pacific wanneer er een maximum aan zonne-activiteit heerst zegt NCAR wetenschapper Gerald Meehl. Als de zonne-activiteit piekt, heeft dit vergaande en vaak subtiele effecten op de tropische neerslag en op weersomstandigheden op een groot deel van de wereld.
Uit de nieuwe publicatie samen met een eerder werk van Meehl en collega's blijkt dat als de zon zijn hoogste activiteit bereikt het de wolken-vrije delen van de Stille Oceaan genoeg verwarmt om verdamping toe te laten nemen, tropische regenval en de pasaat winden te intensiveren , en het oosten van de tropische Pacific af te koelen.
Het resultaat van deze keten van gebeurtenissen is vergelijkbaar met een La Niña gebeurtenis, hoewel de koeling van ongeveer 1 graad Celcius verder oostwaarts is gericht en slechts ongeveer half zo sterk als voor een typische La Niña.
Gedurende het volgende jaar of twee neigt het La Niña-achtig patroon dat door het zonne-maximum ontstaan is te evolueren tot een El Niño-achtig patroon, wanneer trage zeestromingen het koele water over de oostelijke Stille Oceaan door tropische water vervangen dat warmer is dan normaal.
Nogmaals, deze respons is slechts ongeveer half zo sterk als bij een El Niño.
Echte La Niña en El Niño gebeurtenissen worden geassocieerd met veranderingen in de temperatuur van het oppervlaktewater van de oostelijke Stille Oceaan. Ze kunnen van invloed zijn op wereldwijde weerspatronen.
De publicatie analyseert niet de weersgevolgen van door zonne-energie aangedreven gebeurtenissen. Maar Meehl en zijn co-auteur Julie Arblaster vonden dat de door zonne-energie aangedreven La Niña neigt om relatief warme en droge omstandigheden in delen van westelijk Noord-Amerika te veroorzaken.
Meer onderzoek is nodig om bijkomende effecten van deze gebeurtenissen op het weer in de hele wereld vast te stellen.
Bouwend op ons begrip van de zonnecyclus zouden we verbinding kunnen maken met de invloeden op weerspatronen op een wijze die kan worden meegenomen in de voorspellingen voor langere termijn (per decennium).
Wetenschappers weten al jaren dat de lange termijn zonne-variaties gevolgen hebben voor bepaalde weerspatronen, zoals droogte en regionale temperaturen.
Maar het vast stellen van een fysisch verband tussen de decadale zonnecyclus en de mondiale klimaat patronen bleef ongrijpbaar.
Een van de redenen is dat computermodellen pas in de afgelopen jaren realistische simulatie kunnen maken van de processen die verband houden met de opwarming van de tropische Pacific en afkoeling in verband met El Niño en La Niña.
Met deze modellen in de hand, kunnen wetenschappers nu het zonne-gedrag van de vorige eeuw reproduceren en nagaan hoe dit van invloed is op de Stille Oceaan.
Om deze soms subtiele verbindingen tussen de zon en de aarde uit te pluizen, analyseerden Meehl en zijn collega's zeeoppervlak temperaturen van 1890 tot 2006. Ze gebruikten vervolgens twee computermodellen voor de simulatie van de reactie van de oceanen op veranderingen in zonne-straling.
Ze vonden dat, als de zonnne-straling een piek bereikt de hoeveelheid extra zonne-warmte gedurende een periode van enkele jaren leidt tot een lichte stijging in atmosferische opwarming, met name in het tropische en subtropische deel van de Stille Oceaan waar zon-blokkerende wolken gewoonlijk schaars zijn.
Deze hoeveelheid extra warmte leidt tot meer verdamping en de productie van extra waterdamp. Op zijn beurt wordt het vocht mee genomen door de pasaat winden naar de normaal regenachtige gebieden van de westelijke tropische Pacific, met als gevolg meer regenval.
Als deze klimatologische kringloop intensiveert worden de pasaat winden sterker. Dat houdt de oostelijke Stille Oceaan zelfs koeler en droger dan gewoonlijk, waardoor La Niña-achtige omstandigheden ontstaan.
Hoewel dit patroon wordt gevormd door het zonne-maximum, vinden de auteurs dat de switch naar een El Niño-achtige toestand waarschijnlijk veroorzaakt wordt door dezelfde soort processen die normaliter leiden van een La Niña naar een El Niño.
De overgang begint wanneer de verandering van de sterkte van de pasaat winden traag van de evenaar af bewegende pulsen produceren bekend als Rossby golven in de bovenste oceaan, die ongeveer een jaar nodig hebben om terug te reizen naar het westen van de Stille Oceaan.
De energie komt dan vervolgens uit de westelijke grens van het tropische Pacific en schiet door naar het oosten langs de evenaar, waarbij de bovenste laagdikte van het water toeneemt en het oceaan oppervlak opwarmt.
Dit zwakt na ongeveer een jaar af, en het systeem keert weer terug naar een neutrale staat.
El Niño en La Niña lijken hun eigen soort mechanismen te hebben, zegt Meehl, maar een zonne-maximum kan de kansen op een zwakke La Niña doen toenemen. Als het systeem al op weg was naar een La Niña zal het vermoedelijk een sterkere worden.
-------------------------------------------
opm.
Er wordt vaak geopperd dat 0,2% variatie in zonnestraling nooit een significante verandering in het klimaat teweeg kan brengen. Maar denk er aan dat zonder de zon de temperatuur op Aarde ongeveer 3 Kelvin zal zijn oftewel
270 °C onder nul. De zon warmt de Aarde gemiddeld op tot +15 °C dus verhoogd de temperatuur hier met 285 °C.
Bovendien hebben we te maken met versterkende factoren zoals waterverdamping,
kosmische straling, diverse factoren die de AGW deskundigen niet willen onderzoeken en mogelijk onbekende factoren die door de huidig eenzijdige filosofie niet boven water komen.
Ga naar hoofdpagina Klimaatfraude
<< Previous Post || Next Post >>
categorie:
Uncategorized,
klimatologie,
zon