Posted on: February 18, 2010
stuur dit door
Een nieuwe wiskundige benadering (cointegratie) van de relatie tussen broeikasgassen en temperatuur en zonnestraling sluit blijvende global warming uit.
Polynomial Cointegration Tests of the Anthropogenic Theory of Global WarmingMichael Beenstock and Yaniv Reingewertz, Department of Economics, The Hebrew University, Mount Scopus, Israel.
We use statistical methods designed for nonstationary time series to test the anthropogenic theory of global warming (AGW). This theory predicts that an increase in atmospheric greenhouse gas concentrations increases global temperature permanently. Specifically, the methodology of polynomial cointegration is used to test AGW when global temperature and solar irradiance are stationary in 1st differences, whereas greenhouse gas forcings (CO
2, CH
4 and N
2O) are stationary in 2nd differences. We show that although greenhouse gas forcings share a common stochastic trend, this trend is empirically independent of the stochastic trend in temperature and solar irradiance. Therefore, greenhouse gas forcings, global temperature and solar irradiance are not polynomially cointegrated, and
AGW is refuted. Although we reject AGW, we find that greenhouse gas forcings have a temporary effect on global temperature. Because the greenhouse effect is temporary rather than permanent, predictions of significant global warming in the 21st century by IPCC are not supported by the data.
Men heeft uit de differentiaalvergelijkingen van de statistische waarden gevonden dat de functie van de temperatuur en die van de zonnestraling bij de eerste afgeleide stationair worden , maar dat de functie van de diverse broeikasversterkingen pas bij de tweede afgeleide stationair wordt. Dit betekent dat er een duidelijk verschillend gedrag bestaat, waartussen meestal geen correlatie bestaat. Om dit te bevestigen heeft men gekeken of er cointegratie tussen beide bestaat, die blijkt er niet te zijn en dus is er geen relatie tussen broeikasgassen en temperatuur.
Although we do not find permanent effects of greenhouse gas forcings on global temperature, we find that they have temporary, or short-term, effects. This means that an increase in CO
2 emissions only has a temporary warming effect. We show that previous investigators have confused the temporary with the permanent. This means, crucially, that a doubling of greenhouse gas forcings does not permanently increase global temperature. The policy implications of this temporary greenhouse effect are obviously much less serious than had the effect been permanent.
Broeikasgassen hebben slechts een tijdelijk effect op de temperatuur, andere negatieve feedbacks zorgen er voor dat het broeikaseffect teniet wordt gedaan (waterdamp?). Eerdere onderzoekers hebben tijdelijke opwarming onterecht voor blijvend aangezien. Een verdubbeling van CO2 zal niet tot blijvende temperatuurverhoging leiden.
Decomposing the Causes of Global Warming in the 20th CenturyBetween 1880 and 2000 global temperature rose by 0.54 degrees Celsius of which 0.48 occurred since 1940. Equation (2) attributes 0.4 of this to solar irradiance and the balance to greenhouse gas forcings. Table 4 shows, however, that since 1940
greenhouse gas forcing have made a larger contribution to global warming than before, and solar irradiance a smaller one. This creates the misleading impression that the level of greenhouse gas forcings have been the main cause of global warming in the 20th
century. However, our results clearly indicate that it is not the level of greenhouse gas forcings that matters, but the change in the level. During 1880-1940 the level of greenhouse gas forcing increased, but the change in the level decreased. This is why
Table 4 implies that greenhouse gas forcings reduced global temperature before 1940. During the second half of the 20th century greenhouse gas forcings accelerated due in particular to increased carbon emissions. Our model predicts that this effect will be
temporary unless these forcing continue to accelerate. Since carbon emissions depend on the level of global economic activity, this continued acceleration would unreasonably imply faster economic growth in the 21st century than in the 20th. Our results also imply
that cutting carbon emissions will only induce a short-term reduction in global temperature, leaving no long run effect.
Tussen 1880 en 2000 is de temperatuur 0,54 °C gestegen, hiervan komt 0,40 °C door de zon en slechts 0,14 °C (tijdelijk) door broeikasgassen. Het is niet de CO2 concentratie die een rol speelt maar de CO2 concentratieverandering over een tijdsbestek. Het terugdringen van de CO2 uitstoot heeft slechts een tijdelijk effect op de temperatuur, er is geen blijvend effect op de lange termijn.
ConclusionWe have shown that greenhouse gas forcings do not polynomially cointegrate with global temperature and solar irradiance. Therefore, previous claims that carbon emissions permanently increase global temperature are false. Although we find no
permanent effect of greenhouse gas forcings on global temperature, there appears to be a temporary, or short-term, effect. We show that this temporary effect can easily be mistaken for a permanent one. Polynomial cointegration tests show that the putative
permanent effect is induced by the spurious regression phenomenon. Because the effect is temporary, recent global warming should be interpreted as a short-term response to increased carbon emissions, which is expected to be reversed in the future.
CO2 heeft geen relatie met temperatuur en zonnestraling, en daarom is het niet waar dat CO2 de temperatuur blijvend verhoogd. Vanwege het tijdelijke effect moet Global Warming gezien worden als een tijdelijk reactie die in de toekomst zal omkeren.
Als technisch chemicus doet het mij denken aan de
reversibel processen die je tegenkomt in de thermodynamica en scheikundige evenwichtsreacties met meerdere reactanten. Beide worden gedreven door het natuurlijk streven naar maximale
entropie welke voortkomt uit de
tweede hoofdwet van de thermodynamica, en de reden is waardoor ik niet geloof in de verklaring van de werking van het broeikaseffect. Het is een schending van de tweede hoofdwet, met de werking van een
perpetuum mobile hetgeen niet kan bestaan.
Belangrijk is dat sinds de ontdekking van deze wet met de introductie van de stoommachine, en het onderzoeken van de oorzaak en gevolgen er van (Watt, Carnot, Clausius, Maxwell, Kelvin, Boltzmann) er nimmer een schending is waargenomen. Sterker nog, deze wet is de oorzaak die richting geeft aan de natuurwetten.
De wet is zo fundamenteel dat bovenstaand onderzoek niet eens nodig is om de broeikashypothese te begraven, de tweede hoofdwet sluit het uit en dan heeft het simpelweg geen bestaansrecht.
Kijk even naar een eenvoudige uitdrukking van de wet (dit is slechts één aspect): 'Warmte kan alleen van een voorwerp van hoge temperatuur naar een voorwerp met een lagere temperatuur stromen'. De diepere oorzaak (statistische mechanica) en de vele implicaties van de tweede hoofdwet die bij vrijwel alle fysische en chemische processen een rol speelt vergen een dieper inzicht, verwacht een schrijven van mij hierover in de toekomst. Maar laat ik alvast verklappen dat entropie het universum in zijn greep heeft sinds de oerknal.
Wat ik duidelijk wil maken is dit. Broeikasgassen kunnen elektromagnetische straling (infrarood) opnemen en afstaan, en
in potentie kan er omzetting in warmte plaats vinden. Maar hoe de totale energiestroom van het aardoppervlak door de atmosfeer zich gedraagt wordt uitsluitend en alleen bepaald door de tweede hoofdwet, en dan toegepast op het totaal aan processen die er in de atmosfeer spelen ofwel het totale systeem. Dit betekent dat een negatieve
entropie van één proces gecompenseerd moet worden door entropie toename van een of meerdere ander processen, dit is fundamenteel en daar valt niet aan te ontkomen (de netto entropie neemt altijd toe).
Binnen het netto warmtetransport van aardoppervlak naar de ruimte mag de wet niet geschonden worden. Dus een potentiële verstoring door het broeikaseffect zal hoe dan ook gecompenseerd moeten worden, en naar het zich nu laat aanzien is verlaging van de concentratie waterdamp een belangrijke kandidaat.
En dat is wat bovenstaand mathematisch onderzoek laat zien, een verstoring van de balans wordt weer gecompenseerd.
In afwachting van verdere publicatie lijkt het er op dat de klimaatexperts behoorlijk hebben liggen slapen op hun gesubsidieerde kussens. Het is een behoorlijke aanslag op de geloofwaardigheid en kunde van de klimatologen als economen moeten aantonen dat hun verhaal niet deugt.
Cointegratie is ontwikkeld door de economische wetenschap en is bekroond met meerdere
Nobel prijzen.
Hier een
link naar een tweede stuk van Beenstock waarin te lezen valt dat klimatologen toch al sinds 1997 cointegratie toepassen. De vraag is dus of zij hun werk niet goed gedaan hebben, of de resultaten liever niet naar buiten brengen.
En nog een
persbericht.
Ga naar hoofdpagina Klimaatfraude
<< Previous Post || Next Post >>
categorie:
AGW,
CO2,
Uncategorized,
broeikaseffect,
modellen,
temperatuur,
thermodynamica