Posted on: March 28, 2009
stuur dit door
Toename van de concentratie kooldioxide in de atmosfeer wordt door klimaatalarmisten gecorreleerd aan de toename van fossiele brandstoffen.
Onderzoeker Tom Quirk heeft deze aanname getest middels de tijdvariatie tussen de concentratie op het Noordelijk en Zuidelijk Halfrond. In een nieuwe publicatie in
Energy and Environment schrijft hij:
De laatste 20 jaar zijn steeds meer hoeveelheden CO2 uit fossiele brandstoffen in de atmosfeer vrij gekomen. Dit bedroeg 5 GigaTon in 1980 tot 7 GigaTon in 2000, 95% hiervan is op het Noordelijk Halfrond vrij gekomen.Als tracer voor CO2 transport van het Noordelijk naar Zuidelijk Halfrond wordt Koolstof-14 gebruikt die door nucleaire testen in de vijftiger en zestiger jaren werd gevormd. Analyse van deze Koolstof-14 in atmosferisch CO2Â liet zien dat het een paar jaar duurde voordat het CO2
gelijkmatig verdeeld werd.
Als 75% van de CO2 uitgestoten wordt ten noorden van de dertigste breedtegraad is tijdvertraging te verwachten vanwege sterke jaarlijkse variaties in geschatte hoeveelheden die in de atmosfeer achter blijven.
Een simpel model met de gegevens van Koolstof-14 met een CO2 mengtijd van een jaar laten zien dat een verandering in de concentratie op het Noordelijk Halfrond na een half jaar op het Zuidelijk Halfrond meetbaar zou moeten zijn.
Als echter gekeken wordt naar de gegevens van meetstations op Hawai en de Zuidpool op het Zuidelijk Halfrond, blijkt dat veranderingen op de Zuidpool eerder te zien zijn dan op Hawai.
Er lijkt dus geen tijdvariatie te zijn tussen beide Halfronden, en dit betekent dat de jaarlijkse CO2 variaties een andere globale oorsprong moet hebben.
Ga naar hoofdpagina Klimaatfraude
<< Previous Post || Next Post >>
categorie:
CO2,
Uncategorized